woensdag 23 december 2009

Salta (Arg) - Valparaiso (Chili)

Vandaag is het kerst. En hier geen kou en sneeuw en weeralarm zoals in Nederland, maar zon, zee en strand. We zijn in Valparaiso in Chili, een stad ongeveer 150 km onder Santiago de Chili. Ons kerstdiner wordt een barbeque in het hostel en ik kan me moeilijk voorstellen dat de familie thuis aan het kerstdiner zit in winters 's-Heerenhoek. Maar we gaan hier met zijn allen eten en ik ben ook niet met vreemden. Marieke is er en Lidewij heeft een omweg gemaakt om hier kerst en oud & nieuw te vieren. Daarna reist ze door naar het noorden en ik naar het zuiden. Marieke vliegt de 30ste weer naar huis.

De afgelopen twee weken zijn Marieke en ik van Salta, in Noord-Argentinie, naar Cordoba, Mendoza en Upsallata gegaan en van daaruit hebben we de grens overgestoken naar Valparaiso. Salta is een mooie en nette stad met veel koloniaalse gebouwen, een mooi plein en een grote straat vol met restaurantjes en kroegen. Buiten het regenseizoen vertrekt hier ´de trein door de wolken´, die vroeger helemaal tot Antofogasta in Chili reed en nu tot een dorp iets van 300 km verderop speciaal voor toeristen. Deze route, die dus erg mooi is, hebben we met een tour gedaan. De bergen in het noorden hebben allerlei verschillende kleuren vanwege de afzetting van verschillende mineralen. Zo hebben we ´de berg met zeven kleuren´ gezien die heel mooi is (zie foto). Die dag was ook Marieke jarig en hebben we nog taart gegeten en een klein feestje gehouden in het hostel. De volgende dag zijn we naar het dorpje Cafayate gegaan, waar we naar twee wijnbodegas zijn gegaan en ook onderweg bij verschillende plekken zijn gestopt.

Cordoba is een grote studentenstad met vier universiteiten. Vanuit hier zijn we een dagje naar Alta Gracia gegaan. Dit is een stadje buiten Cordoba waar Che Guevara is opgegroeid. Het huis waar hij heeft gewoond is nu een museum en die hebben we bezocht. Het stadje zelf is ook erg mooi en lekker rustig in vergelijking met Cordoba. Ik vond het leuk om het museum te bekijken, onder ander omdat de film 'the Motorcycle diaries' , die de eerste grote reis van Che Guevara weergeeft, me heeft geinspireerd deze kant op te gaan. Ik heb tijdens mijn reis alweer bedacht dat mijn volgende reis van Columbia naar Mexico gaat en ik zag in het museum dat Che's tweede reis deze landen heeft gedaan. Maar dat allemaal voor later..

Verder heb ik in Cordoba nog meegewerkt aan een promotiefilmje voor een nieuwe politiedivisie gericht op toeristen. Dit wat echt heel grappig en heel moeilijk. Ik moest met een Duitste jongen de kaart van Cordoba bekijken en twee agenten kwamen ons te hulp. Ik moest vooral mijn grootste glimlach opzetten. We stonden 's-avonds midden in de stad op straat met een cameraploeg en 10 agenten. Een leuke ervaring. We kregen er zelfs nog een zakcentje voor. Weer een paar dagen eten. Als ik het filmpje krijg zet ik hem denk ik op mijn blog.

Na Cordoba zijn we naar Mendoza gegaan. Hier zijn we kort gebleven en het leukste dat we hier gedaan hebben is raften. Ik was wel een beetje zenuwachtig omdat ik enge verhalen hoorde van mensen die uit de boot waren gevallen, maar het viel erg mee. Het was vooral leuk en we zijn er niet uitgevallen.

Na cityhoppen waren we toe aan rust. En dat vonden we in Uspullata. Een gehucht 150 km van Mendoza richting Chileense grens. Ons hostel lag buiten het dorpje tussen de bomen en bergen. In wintertijd komen er wel wintersporters naar toe. Het stadje ligt bij het gebied 'Aconacua' waar de hoogste berg van heel Amerika gelegen is, 6800 m hoog dacht ik. Dit gebied is populair bij klimmers. Wij wilden daar eerst een trekking doen (niet naar de top hoor), maar dat kostte belachelijk veel geld, onder andere omdat de entreegelden hoog zijn omdat ze er met helicopters de omgeving bewaken. Wij zijn daarom de bergen van Uspallata ingegaan met een gids, wat ook een mooie tocht was. Verder hebben we hier lekker niks gedaan.

Argentinie is een stuk Europeser dan Peru. Typisch Argentijns zijn de gekleurde bergen, dulce de leche, pizza's, koffie, ijs, anders Spaans, mannen met zo'n sliertje haar in de nek (wat vroeger eens hip was), eindelijk weer gewoon lange mensen en veel verschillende soorten muziek. Vroeg trouwen en veel kinderen krijgen is ook erg hip. Bijna iedereen die ik heb gesproken van mijn leeftijd had iets van drie kinderen. Op het eerste gezicht oogt Argentinie dus Europees en modern. Maar aangezien die sliertjes in de nek en trouwen en kinderen krijgen op je 21ste concludeer ik dat ze hier nog in de eighties leven.

Ondertussen zijn we dus in Valparaiso wat een leuk stadje moet zijn. Vanuit het hostel hebben we uitzicht op de zee. Erg relaxed. Tweede kerst doen ze hier niet, dus dan willen we de stad gaan bezichtigen. Lidewij en ik waren ook van plan oud & nieuw te vieren in Valparaiso, omdat het hier feest moet zijn met veel vuurwerk. Toen ik vorige week een hostel wilde regelen was alles vol of 100 euro voor een nacht. Te veel. Nu gaan we het in Santiago vieren. Daar moet ook wel wat te doen zijn. Het nieuwe jaar ga ik door naar het Zuiden. Mijn plan is om eerst naar Pucon te gaan in Chilie om geisers en meren te zien. Vanuit daar wil ik naar Bariloche in Argentinie gaan om daarna een lange trip naar El Calafate te maken in Argentijns Patagonie. Dan steek ik de grens over om in ieder geval Torres del Paine te bezichtigen wat echt super moet zijn. Ik vlieg 1 februari van Ushuaia (het meest zuidelijkste stadje van de wereld!) naar Bueonos Aires, dus tot die tijd ga ik me vermaken in Patagonie.

Ik wens iedereen een heel leuk oud&nieuw en uiteraard een geweldig 2010!!! Iedereen ook bedankt voor de kerstwensen. Lieffff!! Nieuwe foto's op http://picasaweb.google.com/Bregje.op.reis/SaltaArgValparaisoCh#

donderdag 10 december 2009

Lima - San Pedro de Atacama

Op dit moment zijn ze in ons hostel de kerstboom aan het optuigen. Op de achtergrond is ´I´am dreaming of a white Christmas´ te horen. Dit midden in de droogste woestijn op aarde waar de zon altijd schijnt. Kerst, wat ik toch associeer met koude, donkere dagen, past absoluut niet in het plaatje. Maar wij zeuren niet! We zijn in San Pedro de Atacama in Noord-Chili. Ik én Marieke. En het is hier goed toeven. Buiten het mooie weer is ook de omgeving heel mooi en ook heel bijzonder. Zo heb ik het nog nooit gezien. De eerste dag zijn we naar Valle de la Meurte gegaan, dat zijn naam dankt aan het feit dat er niets groeit, bloeit of leeft en naar Valle de la Luna. Hier zijn we gebleven tot de zonsondergang. Ook zijn we een dagje naar verschillende meren gegaan, waaronder een zoutmeer waar je in blijft drijven. Je moest je daarna goed afspoelen, omdat je er wit uitkomt. Vervolgens zijn we naar een zoutvlakte gegaan waar we tot zonsondergang bleven. Deze zoutvlakte lijkt net een bevroren meer waar sneeuw opligt en bij zonsondergang veranderen de kleuren van het meer wat echt onwijs mooie plaatjes oplevert. Ook hebben we mountainbikes gehuurd en zijn we gaan fietsen. Eerst naar ruines ongeveer 3 km verderop, ´Ja, ook hier zijn de Inka´s bezig geweest´en vervolgens was er het plan om naar een meer te fietsen. De verhuurders hadden gezegd dat er maar één weg was die we gewoon moesten volgen, maar toen we van de ruines vertrokken fietsten we twee keer een doodlopende weg in (uuhh). Een gids van een groepje zag ons dom doen en vroeg of we met hun mee wilden. Dat hebben we gedaan en dat was wel erg lachen. De tocht ging door een soort van cañon. Een groot deel fietsten we tussen de rotsen door en af en toe moest je bukken om je hoofd niet te stoten of je fiets tillen om door te kunnen. San Pedro was erg geslaagd. We zijn zelfs nog naar een desert party gegaan met nog een meisje uit het hostel. In het dorp sluiten alle kroegen om 13.00 uur en daarom organiseren wat jongeren feesten in de woestijn. En wij moesten dat natuurlijk meemaken. Een feest midden in de woestijn, onder de sterrenhemel, een kampvuur en een dj. Geslaagd feestje.

Maar mijn reis begon natuurlijk twee weken geleden toen ik Cusco verliet. Als afscheidcadeautje had ik voor mijn gastgezin een Hollandse appeltaart gebakken en zij hadden nog lekker gekookt. Ik realiseerde me toen pas dat ik hen waarschijnlijk niet meer zal zien en dat het toch bijzonder is om drie maanden te hebben gedeeld. Vervolgens heb ik de bus naar Lima gepakt. In Lima heb ik genikst tot ik Marieke kon ophalen van het vliegveld. Na een dagje Lima zijn we doorgegaan naar Paracas waar we met een bootje naar de Islas Ballestas zijn gegaan om dolfijnen, zeehonden, pinquins en pelikanen te zien. Erg leuk om die in de natuur te zien. Dezelfde middag zijn we het nationaal park Paracas ingegaan wat een grote zandvlakte is aan de kust. Hier heb ik ook eindelijk Ceviche gegeten: een Peruaanse specialiteit van rauwe vis en zeevruchten gemarineerd in limoen. En ja, dat moet je eten aan de kust en niet in Cusco. Na Paracas zijn we naar Nasca gegaan om boven de Nasca lijnen te vliegen. Midden in de woestijn zijn hier figuren van dieren, geometrische vormen en duizenden lijnen en lijnenspellen te zien. De lijnen zijn met grote precisie gemaakt en de grote vraag is hoe ze dit konden ruim 2000 jaar geleden. We zaten met zijn zessen in het vliegtuigje (incl. piloot) en het ging als volg. De piloot riep: ´on the left, monkey´, ´on the right, monkey´, ´on the left, spider´, ´on the right, spider´ etc. etc. tot Marieke moest overgeven. Een halfuur later stonden we weer op de grond. Ik had verwacht dat de tekeningen veel groter waren, dus dat viel wat tegen, maar het was op zich wel een ervaring om in zo´n sportvliegtuigje te zitten. Verder was er in Nasca weinig te beleven. Die avond zijn we dan ook vertrokken naar Arica in Chili waar we naar het strand zijn gegaan om vervolgens door te gaan naar San Pedro de Atacama.


Ondertussen zijn we alweer in Salta, Argentinie. Het plan voor de komende twee weken is om na Salta naar Córdoba te gaan, daarna naar Mendoza en vervolgens naar Santiago en Valparaiso waar de feestdagen door willen brengen. Plannen onderweg zijn; toeren en wijn drinken... uhhh proeven. Tot snel weer!!!

Nieuwe foto´s op picasaweb.google.com/Bregje.op.reis/LimaSanPedroDeAtacama#

vrijdag 27 november 2009

La Paz en Lago Titicaca

Vorige week op donderdagavond ben ik met Lidewij vertrokken naar La Paz waar we de volgende dag in de middag aankwamen. In de stromende regen. We waren even bang dat het het hele weekend zo zou blijven, maar zaterdag begon gelukkig de zon te schijnen. Ik vond La Paz een gave stad. Groot, midden in de bergen, modern, maar toch ook weer niet, vriendelijke mensen én erg goedkoop. De mensen zijn er ook erg bijgelovig. Zo is er een heksenmarkt waar ze lamafoetussen verkopen (brengen geluk) en allerlei kruidenmengseltjes. Er zijn ook waarzegsters. Zij willen alleen niet de toekomst voorspellen van vreemden. Ik heb dus nog steeds geen idee hoe mijn toekomst eruit ziet. Misschien ook maar het beste. We hebben de stad bezichtigd, gewinkeld en her en der wat gedronken en gegeten. Lidewij is op zondagmiddag weer teruggegaan richting Cusco, want de baas riep. Na een horrorrit met buikpijn, vertraging en een overnachting in Copocobana mét een vervelend macho Peruaantje is ze gelukkig heel aangekomen. Ik had die dag afgesproken met een jongen die ik had leren kennen in Cusco en in La Paz woont. Hij heeft mij wat mooie plekken van de stad laten zien en we zijn naar Valle de la Luna gegaan. Dat was wel heel gaaf. Zoals de naam al zegt is het ´net als de maan´. Erg apart. Ze zien ook allerlei vormen in die gebergten, zoals een vrouw met een hoed, een opa en een poema.

Maandag ben ik met een groep ´el camino muerte´, oftewel ´the death road´, gaan fietsen. Dit is een weg van ongeveer 60 km die een uur buiten La Paz start op ongeveer 4000 m hoogte en eindigt in het dorpje Coroico aan de rand van de Selva een stuk lager. Het eerste deel is verhard en het tweede stuk, het grootste deel, is onverhard. Enkele jaren geleden was deze onverharde weg de enige weg naar het dorp en dit pad kent hele stijle afgronden. Er zijn toen vele auto´s de afgrond ingereden. Vandaar dus ´the death road´. Een paar jaar geleden is er een nieuwe weg aangelegd, waardoor er geen auto´s meer rijden. Nu organiseren ze er fietstochten. Erg tof. Het verharde deel ging best snel. Ik ben niet zo´n waaghals, dus ik moest er even aan wennen. Maar het was wel erg gaaf en ik was ook niet de sloomste. Er waren ook een paar Japanners mee, waaronder een meisje dat de hele rit heeft gegild. Het onverharde deel was in een mooie omgeving, maar wel zwaarder, omdat je steeds aan het focussen bent op de weg om te verkomen dat je valt. Voor de afgronden ben ik niet bang geweest, die zie je vooral op de foto´s en minder wanneer je aan het fietsen bent. Ik probeer nog wat foto´s op de site te zetten. Ik heb een dvd ermee vol staan, maar ik kan in weinig internetcafe´s dvd´s openen... Wellicht wat later, want ze zijn wel erg leuk.

De volgende dag heb ik de bus gepakt naar Copacobana, een dorpje in Bolivia aan het Titicacameer. Dit meer kent een oppervlate van ruim 8000 km2, ligt op 3812 m hoogte en is daarmee het hoogste meer ter wereld. Het meer ligt in Peru en Bolivia. Vanuit Copacobana ben ik naar het eiland Isla del Sol gegaan, waar ik een nachtje heb geslapen. Dit is klein en rustig eilandje. Ik heb wel even gedacht ´wat doe ik hier eigenlijk´, want ´s-avonds was er niks te beleven. Ik heb ´s-middags wat rondgewandeld en ben vroeg gaan slapen. De volgende ochtend ben ik al vroeg richting de haven gelopen. Er was bijna niemand op het eiland, de zon scheen en de uitzichten waren prachtig. Ik heb er mooie foto´s geschoten.

Vervolgens ben ik vanaf Copocobana naar Puno gegaan, weer in Peru. Hier heb ik een uitstapje gemaakt naar de Uros eilanden. Ongeveer 2000 mensen wonen hier op zelfgemaakte drijvende eilanden. Hierop staan dorpjes met rieten hutjes. Dit zie je nergens anders in de wereld. Het is wel een toeristische attractie geworden en daar maken de bewoners gebruik van. Terecht. Ze verkopen er allemaal spulletjes, je kunt er overnachten en wanneer je weggaat zingen ze liedjes voor je (waaronder vamos a la playa!). Ik vond het wel grappig. Het lijkt namelijk net een pretpark, speciaal opgezet voor toeristen, maar dat is het niet. De mensen leven er echt én nog vrij alternatief en traditioneel.

Diezelfde avond ben ik teruggegaan naar Cusco. De bus die ik geregeld had was alleen gecanceld (voor de verandering) en ik moest met één of andere goedkope maatschappij mee. Na moeilijk doen kreeg ik én geen geld terug én het was te laat om met een andere maatschappij mee te gaan. Niet echt leuk, want ik had geboekt bij een goede maatschappij, dacht ik, en dan word je zo behandeld. Ik wilde gewoon naar huis dus toen zat ik in een eenvoudige bus die overal stopte en vol zat met Peruanen en al hun spullen. Ik zat niet echt lekker, omdat ik bang was dat mijn backpack gejat zou worden tijdens één van die stops, ik de bus niet echt vertrouwde, ik nog steeds boos was en ik geen beenruimte had. Van slapen kwam dus weinig. Jammer, want veel toeristenbussen zijn best wel goed. Maar ook ik ben heel aangekomen. Morgen vertrek ik met de bus naar Lima en ik heb een ticket gekocht van de beste maatschappij. Zij hebben bussen met hele brede stoelen die bijna plat kunnen, ze draaien engelstalige films en serveren maaltijden. Zo kom ik die 20 uur wel door.

Tot slot wil ik iedereen nog bedanken voor alle reacties die binnen komen via verschillende wegen. Ik begrijp ondertussen dat reageren via mijn blog niet altijd werkt, maar mailtjes, berichtjes, krabbels etc. alles komt gewoon aan. Verder ben ik ook blij dat mijn blog leuke gespreksonderwerpen en herrineringen oplevert. Zo ontving ik deze foto van mijn moeder en mijn tantes die tijdens het zussenweekend onder het genot van een drankje druk aan het kletsen zijn over Peru en Zuid-Amerika :-)

Dit was mijn laatste bericht vanuit Cusco. Vanavond heb ik een afscheidsetentje en dan lekker op reis. Het volgende verhaal wellicht vanuit Chili! Nieuwe foto´s op: http://picasaweb.google.com/Bregje.op.reis/LaPazLagoTiticaca


zaterdag 14 november 2009

De Inka Trail

Vorig weekend heb ik de Inka trail gelopen. De trail start in de buurt van Ollantaytambo, 2 uur van Cusco, en eindigt bij de Machu Picchu. De Machu Picchu is een Inka stad die nooit ondekt is door de Spandjaarden. In 1911 is de Machu Picchu ontdekt door een Amerikaanse wetenschapper. Ze denken dat de stad een koningenverblijf was, omdat de stad in een onbegaanbaar gebied ligt, maar zoals zo vaak weten ze het eigenlijk niet zeker. Heel veel info is te vinden op internet voor de geinteresseerden.

We waren met een internationale groep van 18 personen, waaronder ik, Lidewij, Louisa en Alex (vrijwilligers). Daarnaast waren er 15 porters en 3 gidsen. En respect voor de porters, die in ´no time´ met tenten, voedsel, gasflessen etc. op hun rug de trail lopen. Voor ons wel handig, want bij aankomst stonden onze tentjes klaar en werd er een warme maaltijd bereid. Er staat een foto op de site met alle porters en dat zijn allemaal van die verlegen bergmannen die alleen Quechua spreken. Ze zijn echt nog een beetje wereldvreemd. Maar wel sterk. De Machu Picchu en de andere ruines die we onderweg zijn tegengekomen zijn opgebouwd uit grote stenen. Die stenen zijn allemaal door mensen naar boven gebracht. Ze hadden blijkbaar alleen lama´s en die konden maar een paar kilo dragen. Ik vind het nogal wat, maar voor de mannen is het enigzins normaal.

De trail bestaat uit vier dagen. De eerste dag was een tocht van ongeveer 6 uur die vrij makkelijk is. Alleen begon de dag niet als verwacht. Toen we onze entreebewijzen en paspoorten moesten tonen vroegen ze aan mij of ik ook mijn studentenkaart kon laten zien, omdat ik de reis geboekt had met studentenkorting. Helemaal vergeten! Ik dacht: ´dat is vast geen punt´, maar wel dus. Ik mocht er niet in. Bijbetalen was geen optie, want dat zou een hele dag duren, omdat dat administratief geregeld moest worden op kantoor in Cusco bla bla. Toen heb ik Erika gebeld en zij heeft mijn pasje met een taxi laten brengen. Dat kostte met natuurlijk meer dan de korting.. En ik kreeg ook nog een beetje ruzie met de gids, omdat zij mij erop wees dat ze het dinsdag tijdens de briefing verteld had, en dat viel niet zo goed. Toen ging ik de discussie aan dat ik het slecht vond dat ze geen checklisten ofzo meegaven en dat haar Engels slecht was en dat ze dus niet kon verwachten dat wij alles van haar begrepen. Beetje lullig, want de groep was al vertrokken en ik moest de eerste dag met haar naar het kamp lopen. Maar toen we uiteindelijk onderweg waren kon ik er wel weer om lachen en besloot ik maar te genieten van de tocht. Na 2 uur hadden we ook de groep al ingehaald. Achteraf viel het dus mee.

De tweede dag was het zwaarst. We begonnen met 5 uur stijgen naar de ´dead womens pass´ die op 4200 m hoogte ligt. Een groot deel van deze tocht bestaat uit trappen die net te hoog en groot zijn, waardoor je continu boven je macht aan het lopen bent. Eigenlijk niet leuk. Lidewij en ik zijn op het gemakje naar boven gegaan en hebben af en toe een pauze ingelast. Het is wel extra bijzonder wanneer je de pas bereikt hebt en ook het uitzicht was geweldig. Na de pas moesten we ongeveer twee uur dalen om bij het kamp te komen. Daar kwamen we al in de middag aan, zodat er genoeg tijd was om uit te rusten. De derde dag is de langste dag, maar ook de mooiste. Het was een tocht van 16 km, waarvan een deel plat was waardoor je eindelijk normaal kan kletsen tijdens het wandelen. De omgeving vond ik ook heel mooi. We kwamen in het amazonegebied aan en alles werd kleurrijker, maar geen aapjes enzo, want het was the high jungle. Wel erg mooi.

De vierde dag vertrokken we heel vroeg om op tijd de Machhu Picchu te bereiken. En we hadden geluk. Vanaf de zonnetempel konden we de stad zien. De stad ligt vaak verborgen in mist, maar toen we aankwamen klaarde de lucht op, wat toch een bijzonder moment was. Grappig, want volgens mij heeft iedereen het gevoel zelf de stad te ontdekken. En dagelijks starten iets van 500 mensen met de trail. Ook hebben we geen regen gehad. De week voor vertrek regende het dagelijks, dus ik zag al een beetje tegen de trail op. Ook omdat onze Lares trip nogal zwaar was en ik 4 dagen ´Lares´ in mijn hoofd had. Maar achteraf is het me heel erg meegevallen. De tocht was beter gedoseerd en alles was goed geregeld. Ik heb ook echt weer genoten van de natuur en de omgeving. Ik merk na 2,5 maand in Peru te zijn, dat ik begin te wennen aan de omgeving (de bergen). In het begin had ik dagelijks iets van ´F***´ wat mooi en dat begint minder minder te worden. Tijdens deze trail had ik dat weer wel. De uitzichten waren zo inmens. Eigenlijk moet je het gewoon zelf zien, maar de foto´s geven uiteraard een beeld.

Tot slot. Mijn einde hier in Cusco begint al heel dicht bij te komen. De tijd is echt voorbij gevlogen! Volgende week is alweer mijn laatste werkweek. Dan ga ik een weekje naar La Paz, Puno en Lago Titicaca. Dan keer ik terug naar Cusco om mijn backpack definitief in te pakken en afscheid te nemen. En dan vertrek ik naar Lima deel 2 van mijn reis. Erg leuk is dat Marieke komt voor 4 weken, een goede vriendin van thuis. Met haar ga van Lima naar Santiago de Chili reizen. Super! Ik heb er zin in! Wat ik het meest ga missen zijn alle kindjes en vooral hun knuffels en kusjes. Nog een weekje van genieten.

Foto´s van de Inka trail staan op http://picasaweb.google.com/Bregje.op.reis/DeInkaTrail

maandag 2 november 2009

Een goede douche

Señorita, amiga, profé, teacher, mami, gringita. Het zijn allemaal namen die ik hier krijg. Vrouwen worden hier vaak mami genoemd en mannen papi. Gringita is de vrouwelijke vorm voor gringo, waarmee Noord-Amerikanen en Europeanen bedoeld worden, blanken dus. Op straat ben ik nog nooit zo genoemd. Echter, die kleine kindjes schijnen gewoon te zeggen wat ze zien, en op school noemen sommige kindjes mij dus gringita. Al worden ze wel gecorrigeerd door de juf, mijn moeder vertelde dat het niet beledigend is ofzo, dus ik vind het wel grappig. Een andere vrijwilligerster had gehoord dat kindjes je ook gerust gordita durven te noemen, als je dik bent dan, want gordo betekent dik. Ik zal wat meer over mijn werk vertellen. Ik kreeg namelijk al vragen of ik uberhaupt nog wel werk. Drie ochtenden help ik op een school, Chinchaysuyo, en de middagen werk ik op een opvang, Huyai Wasi (of iets in die richting..).

De school is erg klein en heeft in totaal drie lokalen en juffen. Het leeftijdsverschil in de klassen is erg groot. Vaak geef ik samen met een andere vrijwilligster Engelse les en daarnaast help ik de kinderen met hun taken. Dat is leuk om te doen. Soms bedenken we spelletjes en dat is altijd lachen. Ze zijn namelijk erg fanatiek. Ik sta er soms wel van te kijken wat een rommeltje de school is. Elke dag is weer een verassing hoe de dag eruit ziet. Soms is er geen profesora, soms stopt de pauze niet (en ze krijgen maar 3,5 uur per dag les), kinderen komen te laat, ze snoepen in de klas, letten niet op en soms lopen er kinderen halfverwege weg om te spelen op de patio. Leergierige kinderen worden niet uitgedaagd iets met hun intelligentie te doen en er is ook weinig tijd en aandacht voor de kinderen die iets niet begrijpen of een achterstand hebben. Er zijn kinderen van 8 die niet begrijpen wat 2 x 2 is. Alfredo bijvoorbeeld. Die jongen let nooit op, schrijft nooit mee en speelt het liefst met zijn flippo´s in de klas. De juf zegt er weleens iets van, maar vaak ook niet. Volgens mij leert die jongen helemaal niets. Dat is zo zonde! Waar en in welk gezin je geboren wordt is hier nog steeds bepalend voor je toekomst. Goed onderwijs kost in Peru nu eenmaal geld. Dat is toch lastig te verkroppen. Ik heb een beetje het idee dat de profesoras zich neerleggen bij de situatie. Ik weet wel dat er weinig geld is en tijd voor onderwijs, maar ik zou zo al een paar verbeterpuntjes kunnen noemen.... Maar wie ben ik om dat te doen... Ik hoor vergelijkbare verhalen van andere vrijwilligers.

Het middagproject is weer heel anders. Hier komen alle kinderen uit die wijk naartoe om hun huiswerk te maken en daarna kunnen ze spelen en knutselen. Er werken ongeveer 10 vrijwilligers in totaal. Een leuke groep. De opvang is bovenop een berg en dat betekent zeker 15 minuten stijl omhoog lopen omdat er nog geen bus gaat (pas vanaf december, als ik vertrek). Onderweg komen we altijd kindjes tegen die je van verre roepen en gezellig meelopen. Ook de buurt is leuk. Iedereen zegt altijd gedag. Net een dorp. Veel ouders hier blijken in de bouw te werken en geen tijd te hebben om de kinderen te helpen met hun huiswerk. Ook kunnen ze vaak niet goed lezen of schrijven. Ik kan de kinderen goed helpen met w¡skunde en Engels. Met Communicatie en Biologie zit ik erbij met mijn woordenboek en kan ik het soms nog niet uitleggen. Erg irritant. Gelukkig werken er meerdere Spanjaarden die daar mee kunnen helpen. Vorige week zijn we met alle kinderen naar de speeltuin gegaan. Ook hebben we een dag met de vrijwilligers broodjes gebakken voor alle kinderen. In een bakkerij met een houtoven. Het bakken was in het kader van een feestdag, de dag van de levenden. Vrouwen krijgen brood in de vorm van een baby (wawa) en mannen in de vorm van een paard. Ik hoorde gisteren dat de feestdag precies negen maanden na carnaval is en dat daarom de vrouwen een baby krijgen. Misschien ook een leuk ritueel in Brabant. Die paarden snap ik alleen niet.

Verder begin ik de laatste tijd te merken dat ik een beetje´heimwee´ krijg. Zo mis ik het om mijn eigen eten te koken, om op te staan en met de krant mijn ontbijt te nuttigen ipv om 8.00 uur met de familie, om lang uit op de bank films te kijken met vrienden, centrale verwarming en af en toe een goede douche. De douches hier zijn namelijk echt gaar. Die in mijn gastgezin werkt op electriciteit en ik ben altijd bang dat ik geelectrocuteerd word. Verder is de badkamer koud, omdat er geen CV is. De douche is alleen warm als je hem heel zachtjes zet en electriciteit is erg duur, dus ik mag ik niet te lang doucen. En omdat die straal blur is, moet ik er juist langer onder staan om mijn haar uit te spoelen en ook om warm te worden. Douchen hier is dus eerder stressen i.v.p. relaxen. En nu is een goede douche toch één van de geneugten in het leven. Ik weet het, ik vind mezelf ook een verwend trutje!

Nu ben ik twee weekenden terug met Lidewij en Uli naar Arequipa gegaan voor 4 dagen. Erwin heeft hier twee weken taalles genomen en raadde ons een hostel aan. ´Niet duur, midden in het centrum, een groot dakterras, en echt super lekkere douches´. We hoefden dus niet lang na te denken. We wilden eigenlijk twee dagen hiken in de cañon, maar toen we eenmaal in Arequipa waren en erachter kwamen dat, naast de geweldige douche, ook het weer ideaal was, besloten we langer in de stad te blijven. We hebben wat musea bezocht in de stad, maar vooral ook gerelaxed: koffie drinken, picknicken in het park, koken in het hostel, op stap, naar de bioscoop (die er in Cusco niet is) en lekker uit eten. We waandde ons meer in Europa, dan in Zuid-Amerika. De laatste dag zijn we met een bus naar de Cañon del Colca gegaan. Beetje jammer was dat we al om 2.00 uur ´s-nachts moesten opstaan, omdat we om 2.30 uur werden opgehaald. Vervolgens hebben we de hele dag in de bus gezeten, zijn we uitgestapt om condors te spotten (gezien!) en weer teruggereden naar Arequipa. Die avond weer de nachtbus gepakt naar Cusco. De volgende keer doe ik toch liever een hike, alhoewel ik echt genoten heb van de stad!

Afgelopen weekend ben ik, ook met Lidewij en Uli, naar Curahuasi gegaan. Een dorp 2,5 rijden van Cusco. Uli woont nu voor een paar maanden in Cusco om de taal te leren. Daarna gaat zij bijna drie jaar in een ziekenhuis in Curahuasi werken. Vrienden en familie sponseren haar om dit te kunnen doen, want het is vrijwillig. Het ziekenhuis is drie jaar geleden opgeleverd en opgericht door een Duits echtpaar. Er werken meerdere Duitsers, maar vooral Peruanen. Het is een klein dorp en ook een klein ziekenhuis, vergeleken met ´mijn´ ziekenhuis bijvoorbeeld. Leuk om dit te zien. Ook dit weekend hebben we lekker rustig aan gedaan (meer was eigenlijk ook niet mogelijk). We logeerden bij een Duitse vrouw die hier nu twee jaar woont en verder zijn we ook bij Michael geweest. Wij kennen hem van de taalschool in Cusco en hij werkt en woont voor een jaar in het ziekenhuis. Bij hem hebben we wederom films gekeken, gekookt en goed gedouced. Het weer was anders dan in Cusco. Warm! Een genieten weekend dus en ook prima omdat ik volgend weekend de Inka trail ga lopen (vier dagen). Ik hoop op een positief verslag:-).

Tot slot. Ik heb allemaal nieuwe foto´s op de site gezet. Van mijn vrijwilligerswerk, van Arequipa, van mijn gastgezin, van Curahuasi, van een geroosterde cavia en wat stapfoto´s (zie ook map Cusco). http://picasaweb.google.com/Bregje.op.reis Veel liefs.

dinsdag 20 oktober 2009

de Jungle!

Van vrijdag tot en met maandag ben ik in Manú geweest. Nationaal park Manú is een heel groot natuurreservaat in het Amazonegebied in het oosten van Peru. Een voordeel van reizen in Peru is dat je drie landschapsvormen hebt. ´La selva´ is het amazonegebied, ´la sierra´ het Andesgebergte en ´la costa´ het kustgebied. Veel variatie dus. Zo ligt bijvoorbeeld Lima in het kustgebied, Cusco in de bergen en Manu in de amazone.

Erika (mijn moeder hier) kende een jongen, Eve, die excursies verzorgt naar Manu. Hij is opgegroeid in de jungle en studeert nu Biologie in Cusco en weet heel veel van dat gebied. Dat leek ons wel prima. Uiteindelijk zijn we vrijdagochtend met zijn vieren vertrokken. Eve was onze gids en Elvis, zijn broer, de chaffeur. En dan ik en Erwin. Het park begint op bijna 3500 m hoogte en dit gedeelte ligt midden in de wolken en wordt ´the cloud forest´ genoemd. Hoe verder we beneden kwamen hoe meer de lucht opklaarde (richting ´the rainforest´). Rond een uur of 16.00 kwamen we aan bij onze bestemming. We moesten onze slaapspullen meenemen naar een lodge. Dit begon al avontuurlijk. Eerst moesten we een stukje door het woud lopen om vervolgens met een kabelbaan een rivier over te steken. Erg leuk. De lodge lag midden in het woud. Super mooi. Al snel gingen we vogels spotten. En niet zomaar wat vogels, maar een heel bijzondere soort die alleen in dat gebied van het park voorkomt: ´the Cock of the Rock´. Rood met zwart. De weg ernaar toe was spannend. Op kaplaarzen door de struiken, de modder en beekjes. Eve ging ons voor met een groot kapmes om het pad vrij te maken en eventuele slangen te kunnen verslaan. Ik bedacht me onderweg dat dit echt één van de stoerste dingen is die ik ooit heb gedaan. Omdat het al donker begon te worden konden we met moeite 1 of 2 vogels zien. Daarom werd het plan gemaakt de volgende ochtend om vijf uur te vertrekken om opnieuw deze vogels te spotten. Dat hebben we ook gedaan. Ja, je leest het goed. Vijf uur vogels spotten.

Verder heb ik in dit gebied veel dieren gezien. Een hele grote pad. Grote zwarte mieren. Groene ogen die blijkbaar van een slang waren en een hele grote enge kever. Brrrrr. En veel is ook nog gevaarlijk volgens Eve. Daarnaast had de lodge ook een huisaap, Paolo. Die was wel erg lief en grappig. Al vond ik het niet erg relaxed dat hij op schoot kwam zitten tijdens het ontbijt. Het hele weekend heb ik over diertjes gedroomd.

De volgende dag zijn we, na het vogelspotten en ontbijten, met mountainbikes naar het eerstvolgende dorpje gefietst waar onze slaapplek was voor de volgende nacht. ´s-Middags gingen we een meer bezichtigen. Achterin de bak van de auto gingen we op pad. Omdat het die nacht veel had geregend konden we het meer niet bereiken, omdat een rivier de weg overkruistte. Meerdere auto´s waren aan het wachten tot het water weer laag was en dit kon wel de hele middag duren. Blijkbaar is dit normaal. In de regentijd is dat gebied helemaal onbegaanbaar. Wij hebben een tijdje gewacht (en toen en kleine kaaiman gezien) en toen een boottocht gemaakt over de rivier. Daarna nog melk uit een kokosnoot gedronken.

De volgende dag zijn we naar een dorpje gegaan waar een stam leeft. Een bevolking, met 17 families, die tot 50 jaar geleden rondtrok en zich daarna in de Selva gevestigd heeft. Ze spreken Spaans, maar hebben ook nog twee inheemse talen. De kinderen zijn bijna allemaal ingesmeerd met een zwart goedje. Dit moet hen beschermen tegen insecten en dergelijke. Wij gingen in dat dorp kamperen, een stukje buiten hun kamp. We hadden een beetje het gevoel aapjes te gaan kijken, maar de mensen waren oprecht heel vriendelijk. De dorpoudste heeft ons van alles verteld over hun cultuur. Respect voor de aarde en de natuur. En hoe lastig het was om in deze tijd dicht bij de natuur te willen leven en hun gebruiken te laten voortleven. Ze hebben daar geen elektriciteit en toen we daar in het donker in een hut zaten ging er een kindje achter mij liggen met een dekentje om te slapen. Gewoon op het hout half in de open lucht. Apart. Verder gingen de jongens de volgende ochtend, wederom om 5 uur, vissen voor ons ontbijt. De vissen werden in een bamboestok gedaan en boven het vuur gegaard. De vis was lekker.

De laatste dag hebben we nog een wandeling gemaakt en zijn we onder andere langs een cocaplantage gelopen. Het blijkt verboden te zijn grote plantages te bezitten, maar diep in de Selva schijnen er veel te zijn, omdat hier geen controle is vanwege de onbegaanbaarheid van dit gebied. Om een uur of vijf ´s-middags zijn we weer richting huis gereden.

Tja, Manu. Ik blijf het me zeker herrineren. Dit was echt een bijzondere ervaring. Ik was nog nooit in de jungle geweest en ook in het vervolg van mijn reis kom ik niet meer in een amazonegebied. De natuur, de dieren, de kleuren, het klimaat, het is allemaal anders. Het was ook lekker warm. Hier in Cusco koelt het ´s-avonds best wel af en ook binnen (thuis en op school) is het vaak koud, dus ik vond het wel lekker dat even zomers warm was. Soms iets te. Maar ik mag ook weer niet klagen over het weer in Cusco, nu het in Nederland echt herft aan het worden is.

Komend weekend staat er alweer een nieuw uitstapje op de planning. Ik ga naar Arequipa, de tweede stad van Peru, en van daaruit nog twee dagen naar ´the Colca Cañon´. Foto´s van de jungle staan op
http://picasaweb.google.com/Bregje.op.reis/Manu. Veel liefs!

dinsdag 13 oktober 2009

Bezoek!

Vorige week dinsdag zag ik voor het eerst vertrouwde gezichten in Cuzco: mijn ouders. Om 19.00 uur hadden we afgesproken op la Plaza de Armas om wat te gaan eten. Erg leuk, maar ook even vreemd om ze hier toch echt te zien. Woensdag en donderdag zijn ze, met hun reisgezelschap, de omgeving van Cuzco gaan verkennen. Woensdag onder andere Pisac en donderdag de Machu Picchu. Eén van de wereldwonderen. Een Inka complex die destijds niet gevonden is door de Spanjaarden en dagelijks ontelbaar veel bezoekers treft. Ik ga in november ´de vierdaagse´ lopen naar de Machu Picchu. Van vrijdag t/m zondag zijn we met zijn drietjes op pad gegaan.

Vrijdag hebben we, om pa & ma´s woorden te gebruiken, een ´realitytour´ gedaan in Cusco. In Arequipa hadden ze een tour gedaan langs verschillende ontwikkelingsprojecten en werkplekken, die ´de realitytour´werd genoemd door de reisorganisatie. Vandaar. ´s-Morgens zijn we eerst naar mijn school gegaan. De kindjes waren allemaal het plein aan het schoonmaken. De kleuters waren vrij. Leuk dat ze dit gezien hebben. Daarnaast was de reis erheen ook leuk. Ik ga altijd met een minibusje naar school. Een half uur ongeveer. Wanneer je dit de eerste keren meemaakt is het een aparte belevenis. De busjes hebben een chaffeur en een soort van een propper. Die propper roept bij bijna elke halte achter elkaar alle belangrijke bestemmingen, als je instapt wordt je opgejaagd met ´sube sube sube´ (instappen, instappen, instappen) en als je uitstapt, met baja, baja, baja (uitstappen, uistappen, uitstappen). Herrie dus. Daarnaast is de kans groot dat er een oude vrouw met twee lange vlechten, een hoed op haar hoofd en een doek op haar rug instapt. Best leuke atractie dus. Soms stoppen ze echter zoveel mensen in een busje dat het minder wordt. Maar ach, voor 15 eurocent mag je niet klagen. En voor mij is het bijzondere er al wel af. Ik zit dagelijks met mijn muziek op, in de bus. Mijn studievrienden zullen er niet van staan te kijken.

Na het bezoek aan mijn school heb ik ze mijn huis laten zien en kennis laten maken met mijn familie hier. ´s-Middags zijn we naar een kinderopvang gegaan in een dorpje buiten Cuzco, midden in de bergen. Vaak zijn dit soort dorpjes uitgestorven overdag, maar deze dag zaten er wat vrouwtjes op de stoep te kletsen en liepen er bewoners met hun vee door het dorp. Dat geeft mooie plaatjes. Er was echter ook een dorpsgek die geld vroeg, dreigend met een zweep. Erika (mijn moeder hier) vertelde dat hij haar ook een keer dreigde te slaan. Gekken zitten dus overal. ´s-Avonds ben ik geconfronteerd met de realiteit van pa en ma in Peru, en ben ik met hun reisgezelschap uit eten gegaan. Dat was gezellig.


Zaterdag zijn we in Cusco gebleven en hebben we de kathedraal bezocht en wat andere kerken en musea. Dat was zeker de moeite waard. Vooral de Kathedraal is erg mooi. Vroeger was hier een oude Inka tempel, maar deze is geruineerd door de Spanjaarden. De kerk is gebouwd op Inka fundamenten. Daarnaast is hij ook getroffen door aardbevingen en opnieuw gerestaureerd. Verder zie je veel goud en houtwerk in alle kerken in Cuzco en mooie schilderijen. Zondag zijn we naar Sacsaywoman gegaan. Een ruinecomplex naast Cusco en daarna zijn we in de stad gebleven. Echt erg leuk dat ze zijn geweest! Ze hebben nu ook een goed beeld van hoe het hier is. Waren mijn ouders toch wel wat zenuwachtig omdat hun dochter zo nodig alleen naar Zuid-Amerika moest. Volgens mij zijn ze nu wel gerustgesteld. Het is toch anders wanneer je er zelf bent geweest. Al met al zeer geslaagd. En nu tot over 5 maanden..

Vanaf volgende week ga ik, naast op school, ook een paar middagen op een naschoolse opvang werken. Dit is een erg leuk project. Heel druk, iets van 90 kinderen. Het is de bedoeling de kinderen te helpen met hun huiswerk. Ouders hier kunnen vaak niet lezen of schrijven en hebben ook geen tijd. Een goed project dus.
Verder heb ik er sinds zondag een broer bij in mijn huis. Een Nederlandse vrijwilliger die hier 5 weken gaat werken, Erwin. En morgen (vrijdag) gaan we voor 4 dagen naar de jungle! Nationaal park Manu. Verslag volgt!

Een paar nieuwe foto´s op: http://picasaweb.google.com/Bregje.op.reis/Cusco#.

donderdag 1 oktober 2009

¡Topitop!??

Afgelopen weekend was ´a weekend in the city´, met op zondag, een uitstapje naar Pisac om soeverniertjes te shoppen. Daar waren we aan toe. Ik dacht dat ik winkelen wel gehad had, maar om één of andere reden loop ik toch wel 1 á 2 keer per week de ´¡Topitop!´ binnen. Mijn favoriete kledingwinkel in Cuzco. Vergelijkbaar met de New Yorker thuis, dus dat zegt wel wat. Ik denk dat het toch waar is. Een vrouw móet gewoon eens in de zoveel tijd nieuwe kleren langs haar vingers voelen gaan. En daar blijft het bij. Ik sta altijd met niks buiten, omdat ik me elke keer weer besef dat er echt niks meer in mijn backpack past. In Pisac heb ik wel een mooie tas gekocht. Tot die tijd gebruikte ik plastic tasjes als ´handtas´. Erg charmant. Nu hoor ik er helemaal bij.

Vorige week ben ik begonnen met werken. De school heeft vijf verschillende klassen voor kinderen tot 11. Alle kinderen zijn er rond 8.30 uur om te ontbijten. Na school, om 13.00 uur, is er een warme maaltijd voor iedereen en in de pauze is er fruit. Het is de bedoeling dat ik de kinderen wat Engels leer, andere lessen geef en wat help met hun taken. Met de kleintjes kan ik vooral helpen met handvaardigheden en eenvoudig Engels.

Ik heb uiteindelijk nog niet veel gewerkt. De eerste dag was het ´de dag van het primair onderwijs´ en hebben we gedanst en gesnoept. Dezelfde ochtend kwam ook de broeder van de kerk verhalen vertellen aan alle kinderen. Iedereen is hier trouwens erg gelovig. Ik heb zelfs in mijn kledingkast Jezus aan het kruis hangen en wat gedenkplaatjes aan de muren. Ook alle taxi´s en bussen hangen vol met symbolen. Misschien compenseert dit het, vaak, roekeloos rijgedrag. Ik hoop het.

Een andere ochtend op school wilde ik meekijken met de juf van de tweede klas (7 jaar ongeveer). Bleek zij er niet te zijn en werd ik alleen gelaten met 20 kinderen die hun taken niet wilden doen. Deze kinderen worden thuis niet echt opgevoed en zijn op een leeftijd dat ze snel afgeleid zijn en eigenlijk alleen maar willen spelen. En dan juffrouw Bregje die in gebrekkig Spaans vertelt dat ze hun taken moeten doen en binnen moeten blijven... Daar ben ik natuurlijk niet voor gekomen. De juf was het daar achteraf wel mee eens. De directrice van de school is tevens de juffrouw van deze klas, maar is vaak weg om dingen voor de school te regelen. Er is dan niemand om deze kinderen les te geven. Wel erg jammer. Ik ben nu een soort van werkplan aan het opstellen en wat lessen aan het voorbereiden. Ik hoop dat het allemaal gaat lukken. Ik ben tenslotte alleen maar gewend voor een klas te staan met volwassenen. En dat is toch wel anders.

En toen was het dinsdag en ben ik met buikgriep naar huis ben gegaan. Ik ben vandaag bij de dokter geweest en na wat testen blijkt dat ik van alles onder de leden heb. Ik heb een tasje met medicijnen meegekregen. En ik voel me op zich nog wel redelijk. Vaker handen wassen in het vervolg. Wat wel een beetje balen is, is dat het plan voor dit weekend niet door kan gaan. Ik zou met Lidewij naar Puno en lago Titicaca te gaan. Dit is een meer tegen de grens van Bolivia op grote hoogte met eilanden waar mensen wonen en waar drijvende markten zijn. Echt erg leuk. We hadden ons erop verheugd. Nu ben ik nog niet beter en ook Lidewij ligt sinds gisteren met griep op bed. Mal suerte, ofwel minder Topitop. ...of juist meer aangezien ik opeens weer tijd heb aankomend weekend.

Waar ik wel naar uitkijk is dat ik mijn ouders volgende week ga zien. Vorige week zijn ze aangekomen in Peru voor een rondreis en volgende week zijn ze drie dagen ´vrij´ in Cusco. Ik heb dan weekend, dus dan kan ik ze de stad en omgeving laten zien. En kunnen we lekker bijkletsen. Voor de familie: ik heb vandaag mijn ouders gesproken en ze vermaken zich uitstekend! Na dat weekend zal ik wat meer schrijven. Ook volgen dan weer nieuwe foto´s. Liefs!

zondag 20 september 2009

Trip naar Lares

Afgelopen weekend ben ik van vrijdag tot en met zondag gaan hiken van een dorpje bij Urubamba naar Lares. Een trip die de school had georganiseerd. Deze trip vrij uniek, omdat deze hike alleen wordt gelopen door school. We zijn dus geen toeristen tegengekomen en ook weinig anderen, omdat er bijna niemand woont. We zijn met een groepje van 6 op pad gegaan. Esther, de directrice van school ging mee als gids en de overige vijf waren ik, nog een Nederlands meisje, een Duitse jongen, een Duits meisje en een Peruaanse jongen (op slippers).

Vrijdagochtend om 6.00 uur vertrokken we bepakt en bezakt naar ons startpunt Chupani (3000 m), zo´n uur van Cuzco. Naast kleding hadden we ook tenten, slaapspullen, pannen, eten en veel liters water bij ons. Toen we daar aankwamen wachtten Paulino en zijn vrienden ons op met paarden. Zij zouden de hele reis onze spullen dragen, zodat wij alleen een kleine rugzak hoefden te dragen. Mijn backpack heeft de hele reis dus op de rug van een paard gezeten. Die mannen wonen zelf in de bergen en zijn gewend om dit soort afstanden te lopen.

De eerste dag zouden we naar zo´n 4700 m hoogte lopen en daar overnachten. De dag begon echt sprookjesachtig. Heel mooi, met van die kronkelbomen, beekjes, bruggetjes en smalle paadjes. Wat het nog sprookjesachtiger maakte, was het verhaal van Esther dat er een dwerg in de bergen woont die af en toe mensen laat schrikken door steentjes te gooien of geluidjes te maken. Twee docenten hebben dit een keer meegemaakt tijdens een trip. De dwerg heeft ons niet verrast, helaas, want zo´n dwerg had perfect in het plaatje gepast. Hoe dichter we bij het kamp kwamen, hoe zwaarder het werd. Zo gaf ik in een vorig verslag aan dat je merkt dat er minder zuurstof in de lucht zit. Dit merk je helemaal op die hoogte. De laatste klim was redelijk stijl waardoor je om de paar meter moest rusten om je hartslag weer op pijl te krijgen. Rond 16.30 uur kwamen we aan bij het kamp. Dit was wel heel gaaf. Een plat stuk midden in de bergen waar wij onze tentjes neer mochten zetten. Tussen de lama´s en de paarden van Paulino. Bijzonder om midden in de natuur te kamperen. Nadeel: de kou. Met 5 lagen kleding hebben we onze pasta gemaakt en gegeten. De pasta kookten we in water uit de rivier. Tijdens het wachten op het water dat kookte heb ik dan weer wel een aflevering van Sex and the City gekeken op mijn Ipod. Je blijft een meisje uit de stad.. bijna dan. We zijn allemaal vroeg gaan slapen om de volgende morgen weer op tijd te vertrekken. We moesten al onze spullen in de tenten leggen, omdat er blijkbaar poema´s leven die alles slopen. Ons werd verteld dat de poema´s bang zijn voor mensen, maar niet voor paarden. Een paar jaar geleden heeft een poema een paard te pakken gehad midden in de nacht. Paulino en de anderen ´sliepen´daarom in de buitenlucht zodat ze alert waren. Dat met iets van -3. Wij durfden ´s-nachts onze tent niet uit.

De volgende dag begonnen we rond 8.00 uur met een klim tot de top van de berg naar 4900 meter hoogte. De tocht hier naartoe was vrij zwaar. Ook het landschap werd anders. Meer rots, minder groen. Wel bijzonder, omdat je echt een weids uitzicht hebt. We waren erg blij toen we op de top waren. Om dit bijzondere moment te vieren hebben we gedanst op een rots. Daarna nog een dutje gedaan van 10 minuten in de hoop dat er condors zouden overvliegen. Blijkbaar waren we te luidruchtig geweest, want ze kwamen niet. Op de heenweg hadden we steentjes gezocht die we representatief lieten voor dierbaren. Deze moesten we wassen in water, drogen in wind en warm laten worden door je lichaam gedurende de reis. Elke berg heeft, vertelde Esther, een soort God, die je wensen in vervulling laat gaan. Zo ook deze berg. De steentjes hebben we daarom op de top van de berg verstopt en tegelijkertijd onze wensen gedaan. Dus mocht het geluk je opeens toekomen...

Vervolgens begon de afdaling naar Lares. Ook hier viel op dat het landschap weer anders werd. De rotsen werden zwart en we liepen langs verschillende meren. In de rotsen heb ik nog poema´s zien rennen. Op een gegeven moment kwamen we aan bij een meer: ´lago negro´. Esther gaf aan dat deze rivier bijzondere krachten kent. De mensen die in de bergen wonen gaan hier naar toe als ze belangrijke beslissingen moeten nemen. Zij gaan dan meerdere minuten in het ijskoude water staan. Dit moet wijsheid en geluk brengen. Esther wilde haar voeten vijf minuten in het water doen. Dat heb ik toen ook maar gedaan. Wat extra wijsheid is nooit weg lijkt mij. Ik vind dat soort verhalen wel leuk en ik wil er ook wel in geloven. Dat maakt het leven wat interessanter. Verder blijf ik gewoon de nuchtere zeeuw hoor;-).

Rond 14.30 uur kwamen we aan in een dorpje Cuncani waar we zouden eten. Dorpjes waren we eigenlijk nog niet tegengekomen. Alleen een klein dorpje na de eerste 2 uur wandelen en af en toe een verlaten hut. In Cuncani was een traditionele bruiloft aan de gang. De hele omgeving is dan een paar dagen aan het feesten met muziek, eten en mooie traditionele kleding. Esther had cadeautjes meegenomen voor de kinderen, zoals snoepgoed, t-shirts, tandpasta en tandenbortstels. Zij doet dit altijd, omdat ze hier weinig hebben en erg afgezonderd leven. Vorig jaar is ze langs geweets met een tandarts die een grote mond en tandenborstel bij zich had om de kinderen te leren wat tandenpoetsen is. Nu maar hopen dat ze het ook doen, want in de bergen wassen de mensen zich nauwelijks. Ook hun kleding is vaak vies. Blijkbaar omdat ze alleen maar werken, werken en werken en omdat het water heel erg koud is.

Na het dorpje zijn we doorgelopen naar Lares. Omdat wij een stuk voor de directrice liepen hadden we een doorgaande weg gemist en hebben we een soort van shortcut moeten nemen door wildernis en tuintjes. Dat was wel erg lachen. De aanwezige heren verstonden hun vak als gentleman goed en hielpen ons met het aan de kant houden van doorntakken, handjes vasthouden bij hoge sprongen en het zoeken naar de meest handige route. Rond 19.00 kwamen we eindelijk aan in Lares. Hier is een kleine camping met verschillende warmwaterbaden. Na wat te hebben gegeten zijn we lekker gaan chillen in de baden. Dat was erg fijn voor de spieren. In Lares hebben we overnacht en de volgende morgen zijn we na het ontbijt weer naar Cuzco gereden. Zo´n drie uur rijden, was de bedoeling. Na twee lekke banden kwamen we twee uur later aan. Esther had in Lares broodjes gekocht om uit te delen aan de kindjes onderweg. In de bergen eten de mensen geen brood. Alleen aardappelen en mais. Naast het feit dat brood dus erg voedzaam is, is het ook snoepgoed voor hen. Lolly´s kregen ze ook. Ze dragen hier allemaal nog traditionele kleding. Best wel schrijnend hoe arm en vies deze kindjes zijn. Maar ze zijn wel erg lief. Nog zo onschuldig. Ik heb een paar foto´s op de site gezet.

Blijkbaar drinken de mensen in de bergen al op jonge leeftijd een tarwegoedje met veel alcohol tegen de kou en omdat ze denken dat het voedzaam is. Kinderen krijgen dit van hun ouders vaak al op hun 11de of 12de wanneer ze gaan werken op het land. Je ziet aan sommige mensen dat ze een sloom zijn. Toen we broodjes uitdeelden kwam er ook een moeder bij staan van nog geen 1.50 m, vieze kleren en een baby op haar rug. Ze vertelde dat ze 24 was en nog een kindje had. Ook zij was een beetje sloom. Ik schrik daar toch wel van. Jonger dan ik en dan zo´n leven. Zo niet te vergelijken.

Nou ja, een reis van contrasten dus. Deze week begin ik met mijn vrijwilligerswerk. Maandag heb ik verschillende projecten bezocht en ik heb besloten te gaan helpen op een school voor hele arme kindjes in Cuzco. Een school voor kinderen van 6 tot 11. Daarnaast is er ook een opvang voor kindjes tot 6. Ik denk dat ik 2/3 dagen de grote kinderen wil helpen en 2/3 dagen de kleintjes. Volgende week zal ik hier wat over vertellen. Check nieuwe foto´s op picasaweb.google.com/bregje.op.reis

Verder wil iedereen bedanken voor de leuke reacties én thuisverhalen! Tot volgende week! x








dinsdag 15 september 2009

Cusqueños en Bricheros

Voor mijn vertrek heb ik regelmatig met mijn vinger een route getrokken over de kaart van Zuid-Amerika. Je reis lijkt dan zo eenvoudig. Ook de weg ernaar toe is op die manier een simpele streep over de wereldkaart. Terwijl je weet dat het erg ver weg is. De vliegreis hiernaar toe was eigenlijk vergelijkbaar met die vinger over de atlas. Een paar uurtjes slapen en een filmpje en je bent opeens aan de andere kant van de wereld. Je merkt aan alles dat je ver weg bent. Zo is alles nieuw en anders. Toch voelt het helemaal niet ver weg en voelt het zelfs al als thuis. Raar eigenlijk hoe dat gaat. En hoe snel. Ik probeer wel van elke dag te genieten en ik wil zo veel mogelijk zien, doen en meemaken nu ik hier ben.



Daarom ben ik ook afgelopen weekend weer op pad geweest. Zaterdag naar Tipón en zondag naar Chinchero en Ollantaytambo. Dit zijn, net als vorige week, parken in de omgeving van Cusco (The Sacred Valley). Het meeste doe ik hier met het openbaar vervoer, omdat dit bijna niks kost en omdat ik het wel leuk vind om wat van de lokale bevolking mee te krijgen. Logica kennen ze alleen niet echt. Elke bezichtiging vraagt om een andere manier van ´hoe er te komen´. De bussen hebben haltes op de meest vreemde plekken (in the middle of nowhere), zonder bord of iets wat duidelijk moet maken dat er bussen stoppen. Gelukkig heb ik hier een moeder die dat allemaal weet en mij een beetje wegwijs maakt.


Tipón is een ruinecomplex vlakbij een klein dorpje. Hier ben ik op zatermiddag even naar toe gegaan. Zoals ik in mijn vorige blog aangaf is cuy (cavia) de specialiteit in dit dorpje. Omdat ik de vorige dag op stap was geweest stond mijn maag hier niet echt naar. Wel heb ik veel cuyeria´s gespot (restaurantjes met cavia´s). ´s-Avonds gewoon pizza gegeten in een restaurantje in de stad. Dat kan gelukkig ook. Zondag ben ik samen met Lidewij, een andere Nederlandse vrijwilligster, naar Chinchero en Ollaytantambo gegaan. Chinchero is een erg mooi dorpje met ruines en een oude koloniaalse kerk gebouwd op inka fundamenten. Dit zie je hier veel. Cusco zou je eigenlijk een keer kruipend moeten doen, zodat je kunt zien hoeveel er gebouwd is op Inka resten. In Chinero is elke zondag van 6.00 - 9.00 een markt waar ze nog aan ruilhandel doen. De bewoners uit de omliggende bergen gaan daar hun waren ruilen. Geld heeft voor hen echt geen waarde! Nu waren wij daar natuurlijk te laat, omdat het een tijdje reizen is. Ik heb het dus niet met eigen ogen gezien. Jammer, want blijkbaar is dit nog niet ontdekt door de massa. Wel bijzonder dat sommige dingen nog zo primitief gaan. Je ziet hier bijvoorbeeld ook nog pakezels, koeien met landbouwapparatuur erachter en vrouwen met grote doeken op hun rug om producten naar de markt te brengen.


Na Chinchero zijn we doorgegaan naar Ollaytantambo. Hier hebben we een taxi gedeeld met twee locals. Onderweg keek ik even achterom en zag ik 3 lammetjes in de kofferbak liggen, blijkbaar van de man naast mij. Een beetje raar, maar wel schattig. Ollaytantambo ligt in een hele mooie omgeving waar je kan hiken, raften en mountainbiken. Het ruinecomplex is ooit een groot fort en een tempel geweest. Erg mooi. Op de terugweg was de bus afgeladen vol en de halve weg had ik een kindje half op mijn schoot. Uit schuldgevoel (wij zitten en zij niet) hebben we onze koekjes maar uitgedeeld. Op de terugweg sprak ik ook een hoogzwangere vrouw die de hele zondag gewerkt had, een grote tas met producten bij zich had en onderweg naar huis was. Voor sommige mensen is het leven wel hard hoor.


Mijn leraar leert mij om één of andere reden, naast Spaans, ook van alles over de stad, de cultuur en gewoontes in Cusco en omstreken. Toen ik vertelde dat ik op stap zou gaan waarschuwde hij mij voor bepaalde mannen in de discotheken. Zo heeft hij mij verteld dat hier grofweg 2 typen mannen voorkomen. Als eerste de ´cusqeño´. Dit type man komt uit Cusco of omgeving en is vergelijkbaar met onze Nederlandse man, of meer nog, Zeeuwse man. Beetje stug, kort van stof en komt los naar meerdere biertjes. Het tweede type is de ´bridgero´. Herkenbaar aan uitstekende danskunsten, halflang haar en aan het feit dat je na twee minuten kletsen een arm om je heen hebt. Dit type komt veelal uit de kuststreek van Peru. Deze bricheros versieren meisjes met als enige doel op haar kosten mee te gaan naar haar thuisland. Eenmaal daar peert hij hem. De naam bridgero slaat dus op het feit dat jij moet dienen als brug naar een ander land. Mannen! Je snapt er toch niks van.


Nu ben ik in gemixt gezelschap uitgegaan, waaronder een Cusqueño, een Spanjaard en een meisje uit Canada. Ik ben niet verleid met mooie danskunsten en gladde praatjes. Thank god. Het uitgaan was wel leuk. We gaan hier weleens wat drinken of uit eten, maar het nachtleven is hier ook erg levend. Omdat ik altijd vroeg opsta en het uitgaan hier erg laat begint was het niet van gekomen. Als eerste zijn we naar een discotheek gegaan waar dagelijks livemuziek is. Een lokaal bandje trad op en dat was wel erg leuk. In deze discotheek komen veel Peruanen. Daarna zijn we nog in de gringodisco geweest. Gringo = blanke. Vol toeristen, bricheros en barpersoneel dansend op de bar. Mmm. Ze draaien hier gewone muziek, net als thuis én salsa. Misschien ga ik toch maar les nemen. Dat kan elke avond in alle discotheken voor niets.


Komend weekend ga ik met mijn studiegenootjes een weekend naar Lares. Hier gaan we een hiken, kamperen en de laatste avond chillen in hot tubs. Het schijnt echt een super mooie tocht te zijn. Ook wel pittig, want een groot deel ligt op bijna 5000 m hoogte en de nachten zijn erg koud. De kans zit er in dat je condors kan spotten. Dat lijkt mij gaaf! Volgende week doe ik verslag. Check nieuwe foto´s op picasaweb.google.com/bregje.op.reis.







maandag 7 september 2009

Week 2 alweer

Vorige week heb ik twee opvanghuizen bezocht. Het eerste huis, Yachaywasi, is gelegen in een buitenwijk van Cuzco. Een groot verschil met het centrum. Zo leven ze hier in een soort van tot huis verbouwde hutten zonder stromend water. YachaywasVideo toevoegeni betekent ´casa del saber´, ofwel ´huis om te leren´. De kinderen van 4 tot 11 gaan ´s-morgens naar school en ´s-middags naar de opvang. Hopelijk gaan ze ´s-avonds naar huis, want je ziet nog best wat kinderen die ´s-avonds op straat rondhangen. De opvang is een ruimte van iets van 30 m2 waar wel 30 kinderen aanwezig zijn. Letterlijk! Dat is wel even confronterend. De kinderen zijn gelukkig ontzettend vrolijk. Toen ik weg ging hebben ze zelfs voor mij gezongen. Zo lief! Er is nu één juffrouw en één vrouw die eten voor hen bereidt. Normaal gesproken helpen er twee vrijwilligers met huiswerk, het leren van Engels en gewoon met bezighouden, maar nu is er niemand.. Blijkbaar zijn er overal minder vrijwilligers dan anders. Had ik eerst nog gemengde gevoelens over mijn ´ik wil graag iets betekenen voor de wereld en daarom ga ik vrijwilligerswerk doen´ plan. Ik begin me nu wel meer nodig te voelen. De ouders van de kinderen moéten werken om enigszins te kunnen leven. En er is echt geen geld om zoiets professioneel aan te pakken en betaalde krachten in te huren. Dat is bijvoorbeeld al te zien aan de ruimte waar de kinderen worden opgevangen.

Het andere opvanghuis waar ik ben geweest is gelegen in een dorp buiten de stad en heet Wawasongo, wat betekent ´hart van een kindje´. Erika had mij verteld mijn bergschoenen aan te trekken. Het bleek dan ook dat we, na de busrit, eerst een stuk de bergen in moesten lopen om het dorpje, met iets van 200 huishoudens, te bereiken. Ook deze kinderen gaan ´s-morgens naar school en ´s-middags naar de opvang. Hun ouders werken de hele dag op het land (in de omliggende bergen) en op de markt. Overdag is het dorp dan ook verlaten, op een paar kippen en honden na. En ´s-middags zijn de kinderen er natuurlijk. Het dorp bevindt zich in een supermooie omgeving. Midden in de natuur met geweldige uitzichten. Omdat Cuzco best wel druk is, is het extra bijzonder om daar te zijn. Ik heb wat foto´s op de site gezet van beide opvanghuizen en de omgeving. Na mijn taallessen ga ik meer opvanghuizen bezoeken, waaronder ook huizen met kleine kindjes en weesjes. Daarna kan ik kiezen waar ik wil werken.

Afgelopen weekend heb ik verschillende Inka-ruïnes bezocht. Zaterdag Tampumachay en Sacsayhuaman en zondag Pisac. Sacsayhuaman is waarschijnlijk een tempel geweest en ergens in 1500 gebouwd. Bijzonder zijn de hele grote stenen en de constructie van de gebouwen. Deze moest ervoor zorgen dat ze aardbevingbestendig waren. Sommige mensen denken dat het is gebouwd door buitenaardse wezens, omdat mensen hiertoe niet in staat zouden zijn (in die tijd). De fundementen van de ´gebouwen´ staan nog overeind. Er staan een paar foto´s van op de site.
Pisaq is een dorpje zo´n 35 km buiten Cuzco. Hier bevindt zich een groot ruïnecomplex midden in de bergen. De bergen zijn bedekt met landbouwterassen die zijn aangelegd door de Inca's. Ik ben hier naar toe gegaan om door de bergen te wandelen. Onderweg naar het dorp ontmoette ik twee dames uit Argentinie, een meisje van mijn leeftijd en haar moeder. Met zijn drieen hebben we de trail van ongeveer 4 uur gelopen en daarna de markt in het dorp bezocht. Het was echt een supermooie tocht met geweldige, (soms letterlijk) adembenemende uitzichten. Je merkt namelijk dat er minder zuurstof in de lucht zit vanwege de hoogte. Zo waren sommige stukken van de trail best pittig. Vooral bergje op. Je voelt je echt machtig zo midden in de bergen met de zon op je bol. Heerlijk! Dit is wel één van de redenen waarom ik hier ben! Daarnaast mag je weer een beetje kind zijn. Zo hebben Daniella (het Argentijnse meisje) en ik offroad een berg beklommen. Erg gaaf. Ja, eigenlijk ben ik best wel stoer. Zo ben ik ook al door hele donkere tunnels gelopen, trotseer ik smalle bergpaden.. Ja, als ik terug kom durf ik alles!

Erg leuk ook om op deze manier mensen te leren kennen en te horen hoe zij leven. Ik heb weer goede tips gekregen voor mijn reis door Argentinie en ik heb een rondleiding tegoed door Beunos Aires. Perfect!

Alle rare namen in dit verslag zijn trouwens in Quechua, de oude Inka-taal. Deze taal is gebaseerd op het gehoor. Zo is mij verteld dat de naam Cusco is ontstaan toen de eerste Inka´s het grondgebied betraden. De voetstappen die zij zetten in de grond klonken als ´coezzz cooo coezzzz cooo coezzz coooo´. En tadá. Ik heb geprobeerd een paar woorden te ´horen´, maar ...lastig.

Verder gaat alles goed. Mijn Spaans gaat steeds beter. Al spreek ik alleen nog in de tegenwoordige tijd. Als ik bedenk wat ik precies zeg is dat wel erg gaar. Ook leer ik steeds meer mensen kennen. Er wordt ook goed voor mij gezorgd. Zo schuif ik elke ochtend aan bij het ontbijt, dan ga ik naar school en ´s-middags eten we warm. Mijn kleren breng ik naar de wasserette en haal ik gestreken en opgevouwen weer op. Voor iets van 1 euro kun je hier een broodje met een vers gemixt sapje krijgen. Dus dat is vaak het avondmaal. Klusjes, daar doen we dus niet aan! Het eten is anders dan in Nederland, maar wel lekker. Niet sterk gekruid ofzo. Cuy (cavia) heb ik nog niet geprobeerd. Zondag zag ik voor de eerste keer geroosterde cavia´s en dat zag er niet echt smakelijk uit. Ze kwamen in hun geheel uit de houtoven. Ik heb er geen foto van gemaakt. Hier heeft elk dorpje en elke stad een eigen specialiteit en in Tipón blijkt dat cavia te zijn. Toevallig wil ik zondag Tipón gaan bezichtigen. Dus wie weet ... een foto.


Vanavond ga ik trouwens voor de eerste keer op stap... Daar heb ik wel zin in. Check nieuwe foto´s op http://picasaweb.google.com/Bregje.op.reis/. Ciao!

zondag 30 augustus 2009

De eerste dagen Peru

!Hola! Een verslag van mijn eerste dagen Peru.

Als eerste heb ik een dag in Lima, de hoofdstad van Peru, doorgebracht. Nu is één dag eigenlijk tekort om zo´n grote stad, met 11 miljoen inwoners, te bezichtigen, maar ik zal mijn indruk na één dag geven. Lima is groot, druk, veel mensen, veel auto´s, maar ze heeft ook haar mooie kanten. Een stad aan zee, surfers, gezellige wijken met restaurantjes en mooie gebouwen. Maar zoals steden in arme landen vaak hebben is het ook een stad van contrasten. Zo zijn de bezienswaardigheden vooral te zien in de upperclass wijken. De huizen in bijvoorbeeld Miraflores zijn erg ruim en de prijzen ervan zijn vergelijkbaar met New York, Manhattan. Dit terwijl het overgrote deel van de bevolking met vijf personen op een kamertje moet wonen. Nu zet deze armoede ook aan tot creativiteit en zie je op de drukste kruispunten groepen jongens acrobatische stunten uithalen wanneer het licht op rood staat om zo een paar sol op te halen. Verder heb ik in Lima vooral veel geslapen.... Tja, volgens mijn moest ik iets inhalen. Zaterdagochtend ben ik doorgevlogen naar Cuzco.

Ondertussen ben ik vier dagen in Cuzco. De stad, met ruim 300.000 inwoners, ligt midden in het Andesgebergte op zo´n 3400 meter hoogte en heeft een oude stadskern met vele kerken, oude gebouwen en smalle, mooie straatjes. Het is een mooie stad. Al is het centrum wel druk met auto´s, winkeltjes en toeristen. En toerisme gaat meestal gepaard met ...verkopers! Zondagmiddag dacht ik even van de zon te genieten op het centrale plein, ´la plaza de Armas´ en ben ik wel 100x aangesproken door verkopers die schilderijen, sieraden, mutsen, truien etc. aan mij (lees rijke toerist) wilden slijten. Ik weet niet hoe vaak ik nog, mét glimlach, ´no, gracias´ kan zeggen. Daarentegen, wanneer je wat uitwijkt van het centrum heb je plekjes waar niemand is en die zijn wel heel erg mooi.

Ik verblijf bij Erika en haar twee dochtertjes. Lieve vrouw, lieve meisjes. Zij wonen in het centrum. Ideaal! Ik heb tot nu toe nog rustig aan gedaan, omdat ik wat last heb van de hoogte. Zo heb ik een beetje rondgewandeld door de stad, ben ik met Erika de bergen ingelopen (best pittig trouwens) en met haar naar de markt geweest. Gisteren ben ik begonnen met mijn Spaanse les. Elke dag van 9.00 tot 13.00 uur in de schoolbanken én huiswerk, jee! Dit is wel erg nodig. Zo wordt hier nauwelijks Engels gesproken. Ik kan Erika redelijk begrijpen, vooral omdat zij heel erg haar best doet langzaam te praten en woorden te herhalen. Zelf spreken is nog lastig. De taalschool is wel leuk. Ze organiseren allerlei activiteiten, zoals Peruaans koken, salsalessen en hike-trips. En dat kost niets. Ook heb ik een leuke docent: Luis. Hij kan erg grappig woorden uitbeelden en hij legt alles goed uit. Vandaag zijn we de stad ingegaan om het geleerde in de praktijk te brengen. Ook zijn we in een museum geweest waar hij mij vertelde over, onder andere, de mix van de Spaanse en de Inca cultuur. Deze mix komt naar voren in de gebouwen, in kunst, eten etc.

Vanavond ga ik met een Canadees meisje, die ik heb leren kennen op de taalschool, naar een optreden in de stad. Vrijdag ga ik één van de projecten waar ik kan gaan werken bezoeken. Ik ben benieuwd hoe dat is. Verslag volgt.
Ik heb wat foto´s op de site geplaatst. De link: http://picasaweb.google.com/bregje.op.reis. Mis jullie!!! !Adios!






woensdag 26 augustus 2009

Morgen vertrek ik

Zuid-Amerika. Al lange tijd spookt het door mijn hoofd. Vooral de variatie van cultuur en natuur lijkt mij geweldig! Nu ik afgestudeerd ben gaat het er echt van komen. Alle voorbereidingen zijn getroffen. Mijn kamer is leeg, mijn backpack vol. Morgen vertrek ik.

Ik start mijn reis in Cuzco, Peru, waar ik drie maanden zal verblijven. Hier ga ik enkele weken de Spaanse taal leren en vervolgens werken in een kinderopvanghuis. Ik verblijf al die tijd in een Peruaans gezin en wil regelmatig uitstapjes maken om wat van het land te zien. Na Peru ben ik van plan om, waarschijnlijk via Bolivia, vanuit Noord Chili helemaal tot het zuidelijkste puntje van het continent te reizen. Vanuit het Zuiden vlieg ik naar mijn eindbestemming: Buenos Aires. Ik heb niet echt een strak omlijnde route en kijk wat er op mijn pad komt. In totaal zal ik bijna zes maanden onderweg zijn.




Redenen voor mijn reis: de bevolking leren kennen en ook iets voor hen kunnen betekenen, de taal, het eten, de Inca cultuur, het regenwoud, hiken in de bergen, cultuur en uitgaan in steden, relaxen op het strand, wijnproeven in de wijnstreken, gletsjers, de tango en natuurlijk het gevoel van vrijheid, nieuwe plekken ontdekken en mensen leren kennen...

Dus even geen studie, geen baan, geen huis, geen vrienden en familie in de buurt, maar wél een reis met hopelijk mooie ervaringen voor de boeg! Ik houd jullie op de hoogte!




















Volgers