dinsdag 15 september 2009

Cusqueños en Bricheros

Voor mijn vertrek heb ik regelmatig met mijn vinger een route getrokken over de kaart van Zuid-Amerika. Je reis lijkt dan zo eenvoudig. Ook de weg ernaar toe is op die manier een simpele streep over de wereldkaart. Terwijl je weet dat het erg ver weg is. De vliegreis hiernaar toe was eigenlijk vergelijkbaar met die vinger over de atlas. Een paar uurtjes slapen en een filmpje en je bent opeens aan de andere kant van de wereld. Je merkt aan alles dat je ver weg bent. Zo is alles nieuw en anders. Toch voelt het helemaal niet ver weg en voelt het zelfs al als thuis. Raar eigenlijk hoe dat gaat. En hoe snel. Ik probeer wel van elke dag te genieten en ik wil zo veel mogelijk zien, doen en meemaken nu ik hier ben.



Daarom ben ik ook afgelopen weekend weer op pad geweest. Zaterdag naar Tipón en zondag naar Chinchero en Ollantaytambo. Dit zijn, net als vorige week, parken in de omgeving van Cusco (The Sacred Valley). Het meeste doe ik hier met het openbaar vervoer, omdat dit bijna niks kost en omdat ik het wel leuk vind om wat van de lokale bevolking mee te krijgen. Logica kennen ze alleen niet echt. Elke bezichtiging vraagt om een andere manier van ´hoe er te komen´. De bussen hebben haltes op de meest vreemde plekken (in the middle of nowhere), zonder bord of iets wat duidelijk moet maken dat er bussen stoppen. Gelukkig heb ik hier een moeder die dat allemaal weet en mij een beetje wegwijs maakt.


Tipón is een ruinecomplex vlakbij een klein dorpje. Hier ben ik op zatermiddag even naar toe gegaan. Zoals ik in mijn vorige blog aangaf is cuy (cavia) de specialiteit in dit dorpje. Omdat ik de vorige dag op stap was geweest stond mijn maag hier niet echt naar. Wel heb ik veel cuyeria´s gespot (restaurantjes met cavia´s). ´s-Avonds gewoon pizza gegeten in een restaurantje in de stad. Dat kan gelukkig ook. Zondag ben ik samen met Lidewij, een andere Nederlandse vrijwilligster, naar Chinchero en Ollaytantambo gegaan. Chinchero is een erg mooi dorpje met ruines en een oude koloniaalse kerk gebouwd op inka fundamenten. Dit zie je hier veel. Cusco zou je eigenlijk een keer kruipend moeten doen, zodat je kunt zien hoeveel er gebouwd is op Inka resten. In Chinero is elke zondag van 6.00 - 9.00 een markt waar ze nog aan ruilhandel doen. De bewoners uit de omliggende bergen gaan daar hun waren ruilen. Geld heeft voor hen echt geen waarde! Nu waren wij daar natuurlijk te laat, omdat het een tijdje reizen is. Ik heb het dus niet met eigen ogen gezien. Jammer, want blijkbaar is dit nog niet ontdekt door de massa. Wel bijzonder dat sommige dingen nog zo primitief gaan. Je ziet hier bijvoorbeeld ook nog pakezels, koeien met landbouwapparatuur erachter en vrouwen met grote doeken op hun rug om producten naar de markt te brengen.


Na Chinchero zijn we doorgegaan naar Ollaytantambo. Hier hebben we een taxi gedeeld met twee locals. Onderweg keek ik even achterom en zag ik 3 lammetjes in de kofferbak liggen, blijkbaar van de man naast mij. Een beetje raar, maar wel schattig. Ollaytantambo ligt in een hele mooie omgeving waar je kan hiken, raften en mountainbiken. Het ruinecomplex is ooit een groot fort en een tempel geweest. Erg mooi. Op de terugweg was de bus afgeladen vol en de halve weg had ik een kindje half op mijn schoot. Uit schuldgevoel (wij zitten en zij niet) hebben we onze koekjes maar uitgedeeld. Op de terugweg sprak ik ook een hoogzwangere vrouw die de hele zondag gewerkt had, een grote tas met producten bij zich had en onderweg naar huis was. Voor sommige mensen is het leven wel hard hoor.


Mijn leraar leert mij om één of andere reden, naast Spaans, ook van alles over de stad, de cultuur en gewoontes in Cusco en omstreken. Toen ik vertelde dat ik op stap zou gaan waarschuwde hij mij voor bepaalde mannen in de discotheken. Zo heeft hij mij verteld dat hier grofweg 2 typen mannen voorkomen. Als eerste de ´cusqeño´. Dit type man komt uit Cusco of omgeving en is vergelijkbaar met onze Nederlandse man, of meer nog, Zeeuwse man. Beetje stug, kort van stof en komt los naar meerdere biertjes. Het tweede type is de ´bridgero´. Herkenbaar aan uitstekende danskunsten, halflang haar en aan het feit dat je na twee minuten kletsen een arm om je heen hebt. Dit type komt veelal uit de kuststreek van Peru. Deze bricheros versieren meisjes met als enige doel op haar kosten mee te gaan naar haar thuisland. Eenmaal daar peert hij hem. De naam bridgero slaat dus op het feit dat jij moet dienen als brug naar een ander land. Mannen! Je snapt er toch niks van.


Nu ben ik in gemixt gezelschap uitgegaan, waaronder een Cusqueño, een Spanjaard en een meisje uit Canada. Ik ben niet verleid met mooie danskunsten en gladde praatjes. Thank god. Het uitgaan was wel leuk. We gaan hier weleens wat drinken of uit eten, maar het nachtleven is hier ook erg levend. Omdat ik altijd vroeg opsta en het uitgaan hier erg laat begint was het niet van gekomen. Als eerste zijn we naar een discotheek gegaan waar dagelijks livemuziek is. Een lokaal bandje trad op en dat was wel erg leuk. In deze discotheek komen veel Peruanen. Daarna zijn we nog in de gringodisco geweest. Gringo = blanke. Vol toeristen, bricheros en barpersoneel dansend op de bar. Mmm. Ze draaien hier gewone muziek, net als thuis én salsa. Misschien ga ik toch maar les nemen. Dat kan elke avond in alle discotheken voor niets.


Komend weekend ga ik met mijn studiegenootjes een weekend naar Lares. Hier gaan we een hiken, kamperen en de laatste avond chillen in hot tubs. Het schijnt echt een super mooie tocht te zijn. Ook wel pittig, want een groot deel ligt op bijna 5000 m hoogte en de nachten zijn erg koud. De kans zit er in dat je condors kan spotten. Dat lijkt mij gaaf! Volgende week doe ik verslag. Check nieuwe foto´s op picasaweb.google.com/bregje.op.reis.







Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Volgers