Vrijdagochtend om 6.00 uur vertrokken we bepakt en bezakt naar ons startpunt Chupani (3000 m), zo´n uur van Cuzco. Naast kleding hadden we ook tenten, slaapspullen, pannen, eten en veel liters water bij ons. Toen we daar aankwamen wachtten Paulino en zijn vrienden ons op met paarden. Zij zouden de hele reis onze spullen dragen, zodat wij alleen een kleine rugzak hoefden te dragen. Mijn backpack heeft de hele reis dus op de rug van een paard gezeten. Die mannen wonen zelf in de bergen en zijn gewend om dit soort afstanden te lopen.
De eerste dag zouden we naar zo´n 4700 m hoogte lopen en daar overnachten. De dag begon echt sprookjesachtig. Heel mooi, met van die kronkelbomen, beekjes, bruggetjes en smalle paadjes. Wat het nog sprookjesachtiger maakte, was het verhaal van Esther dat er een dwerg in de bergen woont die af en toe mensen laat schrikken door steentjes te gooien of geluidjes te maken. Twee docenten hebben dit een keer meegemaakt tijdens een trip. De dwerg heeft ons niet verrast, helaas, want zo´n dwerg had perfect in het plaatje gepast. Hoe dichter we bij het kamp kwamen, hoe zwaarder het werd. Zo gaf ik in een vorig verslag aan dat je merkt dat er minder zuurstof in de lucht zit. Dit merk je helemaal op die hoogte. De laatste klim was redelijk stijl waardoor je om de paar meter moest rusten om je hartslag weer op pijl te krijgen. Rond 16.30 uur kwamen we aan bij het kamp. Dit was wel heel gaaf. Een plat stuk midden in de bergen waar wij onze tentjes neer mochten zetten. Tussen de lama´s en de paarden van Paulino. Bijzonder om midden in de natuur te kamperen. Nadeel: de kou. Met 5 lagen kleding hebben we onze pasta gemaakt en gegeten. De pasta kookten we in water uit de rivier. Tijdens het wachten op het water dat kookte heb ik dan weer wel een aflevering van Sex and the City gekeken op mijn Ipod. Je blijft een meisje uit de stad.. bijna dan. We zijn allemaal vroeg gaan slapen om de volgende morgen weer op tijd te vertrekken. We moesten al onze spullen in de tenten leggen, omdat er blijkbaar poema´s leven die alles slopen. Ons werd verteld dat de poema´s bang zijn voor mensen, maar niet voor paarden. Een paar jaar geleden heeft een poema een paard te pakken gehad midden in de nacht. Paulino en de anderen ´sliepen´daarom in de buitenlucht zodat ze alert waren. Dat met iets van -3. Wij durfden ´s-nachts onze tent niet uit.
De volgende dag begonnen we rond 8.00 uur met een klim tot de top van de berg naar 4900 meter hoogte. De tocht hier naartoe was vrij zwaar. Ook het landschap werd anders. Meer rots, minder groen. Wel bijzonder, omdat je echt een weids uitzicht hebt. We waren erg blij toen we op de top waren. Om dit bijzondere moment te vieren hebben we gedanst op een rots. Daarna nog een dutje gedaan van 10 minuten in de hoop dat er condors zouden overvliegen. Blijkbaar waren we te luidruchtig geweest, want ze kwamen niet. Op de heenweg hadden we steentjes gezocht die we representatief lieten voor dierbaren. Deze moesten we wassen in water, drogen in wind en warm laten worden door je lichaam gedurende de reis. Elke berg heeft, vertelde Esther, een soort God, die je wensen in vervulling laat gaan. Zo ook deze berg. De steentjes hebben we daarom op de top van de berg verstopt en tegelijkertijd onze wensen gedaan. Dus mocht het geluk je opeens toekomen...
Vervolgens begon de afdaling naar Lares. Ook hier viel op dat het landschap weer anders werd. De rotsen werden zwart en we liepen langs verschillende meren. In de rotsen heb ik nog poema´s zien rennen. Op een gegeven moment kwamen we aan bij een meer: ´lago negro´. Esther gaf aan dat deze rivier bijzondere krachten kent. De mensen die in de bergen wonen gaan hier naar toe als ze belangrijke beslissingen moeten nemen. Zij gaan dan meerdere minuten in het ijskoude water staan. Dit moet wijsheid en geluk brengen. Esther wilde haar voeten vijf minuten in het water doen. Dat heb ik toen ook maar gedaan. Wat extra wijsheid is nooit weg lijkt mij. Ik vind dat soort verhalen wel leuk en ik wil er ook wel in geloven. Dat maakt het leven wat interessanter. Verder blijf ik gewoon de nuchtere zeeuw hoor;-).
Rond 14.30 uur kwamen we aan in een dorpje Cuncani waar we zouden eten. Dorpjes waren we eigenlijk nog niet tegengekomen. Alleen een klein dorpje na de eerste 2 uur wandelen en af en toe een verlaten hut. In Cuncani was een traditionele bruiloft aan de gang. De hele omgeving is dan een paar dagen aan het feesten met muziek, eten en mooie traditionele kleding. Esther had cadeautjes meegenomen voor de kinderen, zoals snoepgoed, t-shirts, tandpasta en tandenbortstels. Zij doet dit altijd, omdat ze hier weinig hebben en erg afgezonderd leven. Vorig jaar is ze langs geweets met een tandarts die een grote mond en tandenborstel bij zich had om de kinderen te leren wat tandenpoetsen is. Nu maar hopen dat ze het ook doen, want in de bergen wassen de mensen zich nauwelijks. Ook hun kleding is vaak vies. Blijkbaar omdat ze alleen maar werken, werken en werken en omdat het water heel erg koud is.
Na het dorpje zijn we doorgelopen naar Lares. Omdat wij een stuk voor de directrice liepen hadden we een doorgaande weg gemist en hebben we een soort van shortcut moeten nemen door wildernis en tuintjes. Dat was wel erg lachen. De aanwezige heren verstonden hun vak als gentleman goed en hielpen ons met het aan de kant houden van doorntakken, handjes vasthouden bij hoge sprongen en het zoeken naar de meest handige route. Rond 19.00 kwamen we eindelijk aan in Lares. Hier is een kleine camping met verschillende warmwaterbaden. Na wat te hebben gegeten zijn we lekker gaan chillen in de baden. Dat was erg fijn voor de spieren. In Lares hebben we overnacht en de volgende morgen zijn we na het ontbijt weer naar Cuzco gereden. Zo´n drie uur rijden, was de bedoeling. Na twee lekke banden kwamen we twee uur later aan. Esther had in Lares broodjes gekocht om uit te delen aan de kindjes onderweg. In de bergen eten de mensen geen brood. Alleen aardappelen en mais. Naast het feit dat brood dus erg voedzaam is, is het ook snoepgoed voor hen. Lolly´s kregen ze ook. Ze dragen hier allemaal nog traditionele kleding. Best wel schrijnend hoe arm en vies deze kindjes zijn. Maar ze zijn wel erg lief. Nog zo onschuldig. Ik heb een paar foto´s op de site gezet.
Blijkbaar drinken de mensen in de bergen al op jonge leeftijd een tarwegoedje met veel alcohol tegen de kou en omdat ze denken dat het voedzaam is. Kinderen krijgen dit van hun ouders vaak al op hun 11de of 12de wanneer ze gaan werken op het land. Je ziet aan sommige mensen dat ze een sloom zijn. Toen we broodjes uitdeelden kwam er ook een moeder bij staan van nog geen 1.50 m, vieze kleren en een baby op haar rug. Ze vertelde dat ze 24 was en nog een kindje had. Ook zij was een beetje sloom. Ik schrik daar toch wel van. Jonger dan ik en dan zo´n leven. Zo niet te vergelijken.
Nou ja, een reis van contrasten dus. Deze week begin ik met mijn vrijwilligerswerk. Maandag heb ik verschillende projecten bezocht en ik heb besloten te gaan helpen op een school voor hele arme kindjes in Cuzco. Een school voor kinderen van 6 tot 11. Daarnaast is er ook een opvang voor kindjes tot 6. Ik denk dat ik 2/3 dagen de grote kinderen wil helpen en 2/3 dagen de kleintjes. Volgende week zal ik hier wat over vertellen. Check nieuwe foto´s op picasaweb.google.com/bregje.op.reis
Verder wil iedereen bedanken voor de leuke reacties én thuisverhalen! Tot volgende week! x
i betekent ´casa del saber´, ofwel ´huis om te leren´. De kinderen van 4 tot 11 gaan ´s-morgens naar school en ´s-middags naar de opvang. Hopelijk gaan ze ´s-avonds naar huis, want je ziet nog best wat kinderen die ´s-avonds op straat rondhangen. De opvang is een ruimte van iets van 30 m2 waar wel 30 kinderen aanwezig zijn. Letterlijk! Dat is wel even confronterend. De kinderen zijn gelukkig ontzettend vrolijk. Toen ik weg ging hebben ze zelfs voor mij gezongen. Zo lief! Er is nu één juffrouw en één vrouw die eten voor hen bereidt. Normaal gesproken helpen er twee vrijwilligers met huiswerk, het leren van Engels en gewoon met bezighouden, maar nu is er niemand.. Blijkbaar zijn er overal minder vrijwilligers dan anders. Had ik eerst nog gemengde gevoelens over mijn ´ik wil graag iets betekenen voor de wereld en daarom ga ik vrijwilligerswerk doen´ plan. Ik begin me nu wel meer nodig te voelen. De ouders van de kinderen moéten werken om enigszins te kunnen leven. En er is echt geen geld om zoiets professioneel aan te pakken en betaalde krachten in te huren. Dat is bijvoorbeeld al te zien aan de ruimte waar de kinderen worden opgevangen.