zondag 20 september 2009

Trip naar Lares

Afgelopen weekend ben ik van vrijdag tot en met zondag gaan hiken van een dorpje bij Urubamba naar Lares. Een trip die de school had georganiseerd. Deze trip vrij uniek, omdat deze hike alleen wordt gelopen door school. We zijn dus geen toeristen tegengekomen en ook weinig anderen, omdat er bijna niemand woont. We zijn met een groepje van 6 op pad gegaan. Esther, de directrice van school ging mee als gids en de overige vijf waren ik, nog een Nederlands meisje, een Duitse jongen, een Duits meisje en een Peruaanse jongen (op slippers).

Vrijdagochtend om 6.00 uur vertrokken we bepakt en bezakt naar ons startpunt Chupani (3000 m), zo´n uur van Cuzco. Naast kleding hadden we ook tenten, slaapspullen, pannen, eten en veel liters water bij ons. Toen we daar aankwamen wachtten Paulino en zijn vrienden ons op met paarden. Zij zouden de hele reis onze spullen dragen, zodat wij alleen een kleine rugzak hoefden te dragen. Mijn backpack heeft de hele reis dus op de rug van een paard gezeten. Die mannen wonen zelf in de bergen en zijn gewend om dit soort afstanden te lopen.

De eerste dag zouden we naar zo´n 4700 m hoogte lopen en daar overnachten. De dag begon echt sprookjesachtig. Heel mooi, met van die kronkelbomen, beekjes, bruggetjes en smalle paadjes. Wat het nog sprookjesachtiger maakte, was het verhaal van Esther dat er een dwerg in de bergen woont die af en toe mensen laat schrikken door steentjes te gooien of geluidjes te maken. Twee docenten hebben dit een keer meegemaakt tijdens een trip. De dwerg heeft ons niet verrast, helaas, want zo´n dwerg had perfect in het plaatje gepast. Hoe dichter we bij het kamp kwamen, hoe zwaarder het werd. Zo gaf ik in een vorig verslag aan dat je merkt dat er minder zuurstof in de lucht zit. Dit merk je helemaal op die hoogte. De laatste klim was redelijk stijl waardoor je om de paar meter moest rusten om je hartslag weer op pijl te krijgen. Rond 16.30 uur kwamen we aan bij het kamp. Dit was wel heel gaaf. Een plat stuk midden in de bergen waar wij onze tentjes neer mochten zetten. Tussen de lama´s en de paarden van Paulino. Bijzonder om midden in de natuur te kamperen. Nadeel: de kou. Met 5 lagen kleding hebben we onze pasta gemaakt en gegeten. De pasta kookten we in water uit de rivier. Tijdens het wachten op het water dat kookte heb ik dan weer wel een aflevering van Sex and the City gekeken op mijn Ipod. Je blijft een meisje uit de stad.. bijna dan. We zijn allemaal vroeg gaan slapen om de volgende morgen weer op tijd te vertrekken. We moesten al onze spullen in de tenten leggen, omdat er blijkbaar poema´s leven die alles slopen. Ons werd verteld dat de poema´s bang zijn voor mensen, maar niet voor paarden. Een paar jaar geleden heeft een poema een paard te pakken gehad midden in de nacht. Paulino en de anderen ´sliepen´daarom in de buitenlucht zodat ze alert waren. Dat met iets van -3. Wij durfden ´s-nachts onze tent niet uit.

De volgende dag begonnen we rond 8.00 uur met een klim tot de top van de berg naar 4900 meter hoogte. De tocht hier naartoe was vrij zwaar. Ook het landschap werd anders. Meer rots, minder groen. Wel bijzonder, omdat je echt een weids uitzicht hebt. We waren erg blij toen we op de top waren. Om dit bijzondere moment te vieren hebben we gedanst op een rots. Daarna nog een dutje gedaan van 10 minuten in de hoop dat er condors zouden overvliegen. Blijkbaar waren we te luidruchtig geweest, want ze kwamen niet. Op de heenweg hadden we steentjes gezocht die we representatief lieten voor dierbaren. Deze moesten we wassen in water, drogen in wind en warm laten worden door je lichaam gedurende de reis. Elke berg heeft, vertelde Esther, een soort God, die je wensen in vervulling laat gaan. Zo ook deze berg. De steentjes hebben we daarom op de top van de berg verstopt en tegelijkertijd onze wensen gedaan. Dus mocht het geluk je opeens toekomen...

Vervolgens begon de afdaling naar Lares. Ook hier viel op dat het landschap weer anders werd. De rotsen werden zwart en we liepen langs verschillende meren. In de rotsen heb ik nog poema´s zien rennen. Op een gegeven moment kwamen we aan bij een meer: ´lago negro´. Esther gaf aan dat deze rivier bijzondere krachten kent. De mensen die in de bergen wonen gaan hier naar toe als ze belangrijke beslissingen moeten nemen. Zij gaan dan meerdere minuten in het ijskoude water staan. Dit moet wijsheid en geluk brengen. Esther wilde haar voeten vijf minuten in het water doen. Dat heb ik toen ook maar gedaan. Wat extra wijsheid is nooit weg lijkt mij. Ik vind dat soort verhalen wel leuk en ik wil er ook wel in geloven. Dat maakt het leven wat interessanter. Verder blijf ik gewoon de nuchtere zeeuw hoor;-).

Rond 14.30 uur kwamen we aan in een dorpje Cuncani waar we zouden eten. Dorpjes waren we eigenlijk nog niet tegengekomen. Alleen een klein dorpje na de eerste 2 uur wandelen en af en toe een verlaten hut. In Cuncani was een traditionele bruiloft aan de gang. De hele omgeving is dan een paar dagen aan het feesten met muziek, eten en mooie traditionele kleding. Esther had cadeautjes meegenomen voor de kinderen, zoals snoepgoed, t-shirts, tandpasta en tandenbortstels. Zij doet dit altijd, omdat ze hier weinig hebben en erg afgezonderd leven. Vorig jaar is ze langs geweets met een tandarts die een grote mond en tandenborstel bij zich had om de kinderen te leren wat tandenpoetsen is. Nu maar hopen dat ze het ook doen, want in de bergen wassen de mensen zich nauwelijks. Ook hun kleding is vaak vies. Blijkbaar omdat ze alleen maar werken, werken en werken en omdat het water heel erg koud is.

Na het dorpje zijn we doorgelopen naar Lares. Omdat wij een stuk voor de directrice liepen hadden we een doorgaande weg gemist en hebben we een soort van shortcut moeten nemen door wildernis en tuintjes. Dat was wel erg lachen. De aanwezige heren verstonden hun vak als gentleman goed en hielpen ons met het aan de kant houden van doorntakken, handjes vasthouden bij hoge sprongen en het zoeken naar de meest handige route. Rond 19.00 kwamen we eindelijk aan in Lares. Hier is een kleine camping met verschillende warmwaterbaden. Na wat te hebben gegeten zijn we lekker gaan chillen in de baden. Dat was erg fijn voor de spieren. In Lares hebben we overnacht en de volgende morgen zijn we na het ontbijt weer naar Cuzco gereden. Zo´n drie uur rijden, was de bedoeling. Na twee lekke banden kwamen we twee uur later aan. Esther had in Lares broodjes gekocht om uit te delen aan de kindjes onderweg. In de bergen eten de mensen geen brood. Alleen aardappelen en mais. Naast het feit dat brood dus erg voedzaam is, is het ook snoepgoed voor hen. Lolly´s kregen ze ook. Ze dragen hier allemaal nog traditionele kleding. Best wel schrijnend hoe arm en vies deze kindjes zijn. Maar ze zijn wel erg lief. Nog zo onschuldig. Ik heb een paar foto´s op de site gezet.

Blijkbaar drinken de mensen in de bergen al op jonge leeftijd een tarwegoedje met veel alcohol tegen de kou en omdat ze denken dat het voedzaam is. Kinderen krijgen dit van hun ouders vaak al op hun 11de of 12de wanneer ze gaan werken op het land. Je ziet aan sommige mensen dat ze een sloom zijn. Toen we broodjes uitdeelden kwam er ook een moeder bij staan van nog geen 1.50 m, vieze kleren en een baby op haar rug. Ze vertelde dat ze 24 was en nog een kindje had. Ook zij was een beetje sloom. Ik schrik daar toch wel van. Jonger dan ik en dan zo´n leven. Zo niet te vergelijken.

Nou ja, een reis van contrasten dus. Deze week begin ik met mijn vrijwilligerswerk. Maandag heb ik verschillende projecten bezocht en ik heb besloten te gaan helpen op een school voor hele arme kindjes in Cuzco. Een school voor kinderen van 6 tot 11. Daarnaast is er ook een opvang voor kindjes tot 6. Ik denk dat ik 2/3 dagen de grote kinderen wil helpen en 2/3 dagen de kleintjes. Volgende week zal ik hier wat over vertellen. Check nieuwe foto´s op picasaweb.google.com/bregje.op.reis

Verder wil iedereen bedanken voor de leuke reacties én thuisverhalen! Tot volgende week! x








dinsdag 15 september 2009

Cusqueños en Bricheros

Voor mijn vertrek heb ik regelmatig met mijn vinger een route getrokken over de kaart van Zuid-Amerika. Je reis lijkt dan zo eenvoudig. Ook de weg ernaar toe is op die manier een simpele streep over de wereldkaart. Terwijl je weet dat het erg ver weg is. De vliegreis hiernaar toe was eigenlijk vergelijkbaar met die vinger over de atlas. Een paar uurtjes slapen en een filmpje en je bent opeens aan de andere kant van de wereld. Je merkt aan alles dat je ver weg bent. Zo is alles nieuw en anders. Toch voelt het helemaal niet ver weg en voelt het zelfs al als thuis. Raar eigenlijk hoe dat gaat. En hoe snel. Ik probeer wel van elke dag te genieten en ik wil zo veel mogelijk zien, doen en meemaken nu ik hier ben.



Daarom ben ik ook afgelopen weekend weer op pad geweest. Zaterdag naar Tipón en zondag naar Chinchero en Ollantaytambo. Dit zijn, net als vorige week, parken in de omgeving van Cusco (The Sacred Valley). Het meeste doe ik hier met het openbaar vervoer, omdat dit bijna niks kost en omdat ik het wel leuk vind om wat van de lokale bevolking mee te krijgen. Logica kennen ze alleen niet echt. Elke bezichtiging vraagt om een andere manier van ´hoe er te komen´. De bussen hebben haltes op de meest vreemde plekken (in the middle of nowhere), zonder bord of iets wat duidelijk moet maken dat er bussen stoppen. Gelukkig heb ik hier een moeder die dat allemaal weet en mij een beetje wegwijs maakt.


Tipón is een ruinecomplex vlakbij een klein dorpje. Hier ben ik op zatermiddag even naar toe gegaan. Zoals ik in mijn vorige blog aangaf is cuy (cavia) de specialiteit in dit dorpje. Omdat ik de vorige dag op stap was geweest stond mijn maag hier niet echt naar. Wel heb ik veel cuyeria´s gespot (restaurantjes met cavia´s). ´s-Avonds gewoon pizza gegeten in een restaurantje in de stad. Dat kan gelukkig ook. Zondag ben ik samen met Lidewij, een andere Nederlandse vrijwilligster, naar Chinchero en Ollaytantambo gegaan. Chinchero is een erg mooi dorpje met ruines en een oude koloniaalse kerk gebouwd op inka fundamenten. Dit zie je hier veel. Cusco zou je eigenlijk een keer kruipend moeten doen, zodat je kunt zien hoeveel er gebouwd is op Inka resten. In Chinero is elke zondag van 6.00 - 9.00 een markt waar ze nog aan ruilhandel doen. De bewoners uit de omliggende bergen gaan daar hun waren ruilen. Geld heeft voor hen echt geen waarde! Nu waren wij daar natuurlijk te laat, omdat het een tijdje reizen is. Ik heb het dus niet met eigen ogen gezien. Jammer, want blijkbaar is dit nog niet ontdekt door de massa. Wel bijzonder dat sommige dingen nog zo primitief gaan. Je ziet hier bijvoorbeeld ook nog pakezels, koeien met landbouwapparatuur erachter en vrouwen met grote doeken op hun rug om producten naar de markt te brengen.


Na Chinchero zijn we doorgegaan naar Ollaytantambo. Hier hebben we een taxi gedeeld met twee locals. Onderweg keek ik even achterom en zag ik 3 lammetjes in de kofferbak liggen, blijkbaar van de man naast mij. Een beetje raar, maar wel schattig. Ollaytantambo ligt in een hele mooie omgeving waar je kan hiken, raften en mountainbiken. Het ruinecomplex is ooit een groot fort en een tempel geweest. Erg mooi. Op de terugweg was de bus afgeladen vol en de halve weg had ik een kindje half op mijn schoot. Uit schuldgevoel (wij zitten en zij niet) hebben we onze koekjes maar uitgedeeld. Op de terugweg sprak ik ook een hoogzwangere vrouw die de hele zondag gewerkt had, een grote tas met producten bij zich had en onderweg naar huis was. Voor sommige mensen is het leven wel hard hoor.


Mijn leraar leert mij om één of andere reden, naast Spaans, ook van alles over de stad, de cultuur en gewoontes in Cusco en omstreken. Toen ik vertelde dat ik op stap zou gaan waarschuwde hij mij voor bepaalde mannen in de discotheken. Zo heeft hij mij verteld dat hier grofweg 2 typen mannen voorkomen. Als eerste de ´cusqeño´. Dit type man komt uit Cusco of omgeving en is vergelijkbaar met onze Nederlandse man, of meer nog, Zeeuwse man. Beetje stug, kort van stof en komt los naar meerdere biertjes. Het tweede type is de ´bridgero´. Herkenbaar aan uitstekende danskunsten, halflang haar en aan het feit dat je na twee minuten kletsen een arm om je heen hebt. Dit type komt veelal uit de kuststreek van Peru. Deze bricheros versieren meisjes met als enige doel op haar kosten mee te gaan naar haar thuisland. Eenmaal daar peert hij hem. De naam bridgero slaat dus op het feit dat jij moet dienen als brug naar een ander land. Mannen! Je snapt er toch niks van.


Nu ben ik in gemixt gezelschap uitgegaan, waaronder een Cusqueño, een Spanjaard en een meisje uit Canada. Ik ben niet verleid met mooie danskunsten en gladde praatjes. Thank god. Het uitgaan was wel leuk. We gaan hier weleens wat drinken of uit eten, maar het nachtleven is hier ook erg levend. Omdat ik altijd vroeg opsta en het uitgaan hier erg laat begint was het niet van gekomen. Als eerste zijn we naar een discotheek gegaan waar dagelijks livemuziek is. Een lokaal bandje trad op en dat was wel erg leuk. In deze discotheek komen veel Peruanen. Daarna zijn we nog in de gringodisco geweest. Gringo = blanke. Vol toeristen, bricheros en barpersoneel dansend op de bar. Mmm. Ze draaien hier gewone muziek, net als thuis én salsa. Misschien ga ik toch maar les nemen. Dat kan elke avond in alle discotheken voor niets.


Komend weekend ga ik met mijn studiegenootjes een weekend naar Lares. Hier gaan we een hiken, kamperen en de laatste avond chillen in hot tubs. Het schijnt echt een super mooie tocht te zijn. Ook wel pittig, want een groot deel ligt op bijna 5000 m hoogte en de nachten zijn erg koud. De kans zit er in dat je condors kan spotten. Dat lijkt mij gaaf! Volgende week doe ik verslag. Check nieuwe foto´s op picasaweb.google.com/bregje.op.reis.







maandag 7 september 2009

Week 2 alweer

Vorige week heb ik twee opvanghuizen bezocht. Het eerste huis, Yachaywasi, is gelegen in een buitenwijk van Cuzco. Een groot verschil met het centrum. Zo leven ze hier in een soort van tot huis verbouwde hutten zonder stromend water. YachaywasVideo toevoegeni betekent ´casa del saber´, ofwel ´huis om te leren´. De kinderen van 4 tot 11 gaan ´s-morgens naar school en ´s-middags naar de opvang. Hopelijk gaan ze ´s-avonds naar huis, want je ziet nog best wat kinderen die ´s-avonds op straat rondhangen. De opvang is een ruimte van iets van 30 m2 waar wel 30 kinderen aanwezig zijn. Letterlijk! Dat is wel even confronterend. De kinderen zijn gelukkig ontzettend vrolijk. Toen ik weg ging hebben ze zelfs voor mij gezongen. Zo lief! Er is nu één juffrouw en één vrouw die eten voor hen bereidt. Normaal gesproken helpen er twee vrijwilligers met huiswerk, het leren van Engels en gewoon met bezighouden, maar nu is er niemand.. Blijkbaar zijn er overal minder vrijwilligers dan anders. Had ik eerst nog gemengde gevoelens over mijn ´ik wil graag iets betekenen voor de wereld en daarom ga ik vrijwilligerswerk doen´ plan. Ik begin me nu wel meer nodig te voelen. De ouders van de kinderen moéten werken om enigszins te kunnen leven. En er is echt geen geld om zoiets professioneel aan te pakken en betaalde krachten in te huren. Dat is bijvoorbeeld al te zien aan de ruimte waar de kinderen worden opgevangen.

Het andere opvanghuis waar ik ben geweest is gelegen in een dorp buiten de stad en heet Wawasongo, wat betekent ´hart van een kindje´. Erika had mij verteld mijn bergschoenen aan te trekken. Het bleek dan ook dat we, na de busrit, eerst een stuk de bergen in moesten lopen om het dorpje, met iets van 200 huishoudens, te bereiken. Ook deze kinderen gaan ´s-morgens naar school en ´s-middags naar de opvang. Hun ouders werken de hele dag op het land (in de omliggende bergen) en op de markt. Overdag is het dorp dan ook verlaten, op een paar kippen en honden na. En ´s-middags zijn de kinderen er natuurlijk. Het dorp bevindt zich in een supermooie omgeving. Midden in de natuur met geweldige uitzichten. Omdat Cuzco best wel druk is, is het extra bijzonder om daar te zijn. Ik heb wat foto´s op de site gezet van beide opvanghuizen en de omgeving. Na mijn taallessen ga ik meer opvanghuizen bezoeken, waaronder ook huizen met kleine kindjes en weesjes. Daarna kan ik kiezen waar ik wil werken.

Afgelopen weekend heb ik verschillende Inka-ruïnes bezocht. Zaterdag Tampumachay en Sacsayhuaman en zondag Pisac. Sacsayhuaman is waarschijnlijk een tempel geweest en ergens in 1500 gebouwd. Bijzonder zijn de hele grote stenen en de constructie van de gebouwen. Deze moest ervoor zorgen dat ze aardbevingbestendig waren. Sommige mensen denken dat het is gebouwd door buitenaardse wezens, omdat mensen hiertoe niet in staat zouden zijn (in die tijd). De fundementen van de ´gebouwen´ staan nog overeind. Er staan een paar foto´s van op de site.
Pisaq is een dorpje zo´n 35 km buiten Cuzco. Hier bevindt zich een groot ruïnecomplex midden in de bergen. De bergen zijn bedekt met landbouwterassen die zijn aangelegd door de Inca's. Ik ben hier naar toe gegaan om door de bergen te wandelen. Onderweg naar het dorp ontmoette ik twee dames uit Argentinie, een meisje van mijn leeftijd en haar moeder. Met zijn drieen hebben we de trail van ongeveer 4 uur gelopen en daarna de markt in het dorp bezocht. Het was echt een supermooie tocht met geweldige, (soms letterlijk) adembenemende uitzichten. Je merkt namelijk dat er minder zuurstof in de lucht zit vanwege de hoogte. Zo waren sommige stukken van de trail best pittig. Vooral bergje op. Je voelt je echt machtig zo midden in de bergen met de zon op je bol. Heerlijk! Dit is wel één van de redenen waarom ik hier ben! Daarnaast mag je weer een beetje kind zijn. Zo hebben Daniella (het Argentijnse meisje) en ik offroad een berg beklommen. Erg gaaf. Ja, eigenlijk ben ik best wel stoer. Zo ben ik ook al door hele donkere tunnels gelopen, trotseer ik smalle bergpaden.. Ja, als ik terug kom durf ik alles!

Erg leuk ook om op deze manier mensen te leren kennen en te horen hoe zij leven. Ik heb weer goede tips gekregen voor mijn reis door Argentinie en ik heb een rondleiding tegoed door Beunos Aires. Perfect!

Alle rare namen in dit verslag zijn trouwens in Quechua, de oude Inka-taal. Deze taal is gebaseerd op het gehoor. Zo is mij verteld dat de naam Cusco is ontstaan toen de eerste Inka´s het grondgebied betraden. De voetstappen die zij zetten in de grond klonken als ´coezzz cooo coezzzz cooo coezzz coooo´. En tadá. Ik heb geprobeerd een paar woorden te ´horen´, maar ...lastig.

Verder gaat alles goed. Mijn Spaans gaat steeds beter. Al spreek ik alleen nog in de tegenwoordige tijd. Als ik bedenk wat ik precies zeg is dat wel erg gaar. Ook leer ik steeds meer mensen kennen. Er wordt ook goed voor mij gezorgd. Zo schuif ik elke ochtend aan bij het ontbijt, dan ga ik naar school en ´s-middags eten we warm. Mijn kleren breng ik naar de wasserette en haal ik gestreken en opgevouwen weer op. Voor iets van 1 euro kun je hier een broodje met een vers gemixt sapje krijgen. Dus dat is vaak het avondmaal. Klusjes, daar doen we dus niet aan! Het eten is anders dan in Nederland, maar wel lekker. Niet sterk gekruid ofzo. Cuy (cavia) heb ik nog niet geprobeerd. Zondag zag ik voor de eerste keer geroosterde cavia´s en dat zag er niet echt smakelijk uit. Ze kwamen in hun geheel uit de houtoven. Ik heb er geen foto van gemaakt. Hier heeft elk dorpje en elke stad een eigen specialiteit en in Tipón blijkt dat cavia te zijn. Toevallig wil ik zondag Tipón gaan bezichtigen. Dus wie weet ... een foto.


Vanavond ga ik trouwens voor de eerste keer op stap... Daar heb ik wel zin in. Check nieuwe foto´s op http://picasaweb.google.com/Bregje.op.reis/. Ciao!

Volgers