dinsdag 20 oktober 2009

de Jungle!

Van vrijdag tot en met maandag ben ik in Manú geweest. Nationaal park Manú is een heel groot natuurreservaat in het Amazonegebied in het oosten van Peru. Een voordeel van reizen in Peru is dat je drie landschapsvormen hebt. ´La selva´ is het amazonegebied, ´la sierra´ het Andesgebergte en ´la costa´ het kustgebied. Veel variatie dus. Zo ligt bijvoorbeeld Lima in het kustgebied, Cusco in de bergen en Manu in de amazone.

Erika (mijn moeder hier) kende een jongen, Eve, die excursies verzorgt naar Manu. Hij is opgegroeid in de jungle en studeert nu Biologie in Cusco en weet heel veel van dat gebied. Dat leek ons wel prima. Uiteindelijk zijn we vrijdagochtend met zijn vieren vertrokken. Eve was onze gids en Elvis, zijn broer, de chaffeur. En dan ik en Erwin. Het park begint op bijna 3500 m hoogte en dit gedeelte ligt midden in de wolken en wordt ´the cloud forest´ genoemd. Hoe verder we beneden kwamen hoe meer de lucht opklaarde (richting ´the rainforest´). Rond een uur of 16.00 kwamen we aan bij onze bestemming. We moesten onze slaapspullen meenemen naar een lodge. Dit begon al avontuurlijk. Eerst moesten we een stukje door het woud lopen om vervolgens met een kabelbaan een rivier over te steken. Erg leuk. De lodge lag midden in het woud. Super mooi. Al snel gingen we vogels spotten. En niet zomaar wat vogels, maar een heel bijzondere soort die alleen in dat gebied van het park voorkomt: ´the Cock of the Rock´. Rood met zwart. De weg ernaar toe was spannend. Op kaplaarzen door de struiken, de modder en beekjes. Eve ging ons voor met een groot kapmes om het pad vrij te maken en eventuele slangen te kunnen verslaan. Ik bedacht me onderweg dat dit echt één van de stoerste dingen is die ik ooit heb gedaan. Omdat het al donker begon te worden konden we met moeite 1 of 2 vogels zien. Daarom werd het plan gemaakt de volgende ochtend om vijf uur te vertrekken om opnieuw deze vogels te spotten. Dat hebben we ook gedaan. Ja, je leest het goed. Vijf uur vogels spotten.

Verder heb ik in dit gebied veel dieren gezien. Een hele grote pad. Grote zwarte mieren. Groene ogen die blijkbaar van een slang waren en een hele grote enge kever. Brrrrr. En veel is ook nog gevaarlijk volgens Eve. Daarnaast had de lodge ook een huisaap, Paolo. Die was wel erg lief en grappig. Al vond ik het niet erg relaxed dat hij op schoot kwam zitten tijdens het ontbijt. Het hele weekend heb ik over diertjes gedroomd.

De volgende dag zijn we, na het vogelspotten en ontbijten, met mountainbikes naar het eerstvolgende dorpje gefietst waar onze slaapplek was voor de volgende nacht. ´s-Middags gingen we een meer bezichtigen. Achterin de bak van de auto gingen we op pad. Omdat het die nacht veel had geregend konden we het meer niet bereiken, omdat een rivier de weg overkruistte. Meerdere auto´s waren aan het wachten tot het water weer laag was en dit kon wel de hele middag duren. Blijkbaar is dit normaal. In de regentijd is dat gebied helemaal onbegaanbaar. Wij hebben een tijdje gewacht (en toen en kleine kaaiman gezien) en toen een boottocht gemaakt over de rivier. Daarna nog melk uit een kokosnoot gedronken.

De volgende dag zijn we naar een dorpje gegaan waar een stam leeft. Een bevolking, met 17 families, die tot 50 jaar geleden rondtrok en zich daarna in de Selva gevestigd heeft. Ze spreken Spaans, maar hebben ook nog twee inheemse talen. De kinderen zijn bijna allemaal ingesmeerd met een zwart goedje. Dit moet hen beschermen tegen insecten en dergelijke. Wij gingen in dat dorp kamperen, een stukje buiten hun kamp. We hadden een beetje het gevoel aapjes te gaan kijken, maar de mensen waren oprecht heel vriendelijk. De dorpoudste heeft ons van alles verteld over hun cultuur. Respect voor de aarde en de natuur. En hoe lastig het was om in deze tijd dicht bij de natuur te willen leven en hun gebruiken te laten voortleven. Ze hebben daar geen elektriciteit en toen we daar in het donker in een hut zaten ging er een kindje achter mij liggen met een dekentje om te slapen. Gewoon op het hout half in de open lucht. Apart. Verder gingen de jongens de volgende ochtend, wederom om 5 uur, vissen voor ons ontbijt. De vissen werden in een bamboestok gedaan en boven het vuur gegaard. De vis was lekker.

De laatste dag hebben we nog een wandeling gemaakt en zijn we onder andere langs een cocaplantage gelopen. Het blijkt verboden te zijn grote plantages te bezitten, maar diep in de Selva schijnen er veel te zijn, omdat hier geen controle is vanwege de onbegaanbaarheid van dit gebied. Om een uur of vijf ´s-middags zijn we weer richting huis gereden.

Tja, Manu. Ik blijf het me zeker herrineren. Dit was echt een bijzondere ervaring. Ik was nog nooit in de jungle geweest en ook in het vervolg van mijn reis kom ik niet meer in een amazonegebied. De natuur, de dieren, de kleuren, het klimaat, het is allemaal anders. Het was ook lekker warm. Hier in Cusco koelt het ´s-avonds best wel af en ook binnen (thuis en op school) is het vaak koud, dus ik vond het wel lekker dat even zomers warm was. Soms iets te. Maar ik mag ook weer niet klagen over het weer in Cusco, nu het in Nederland echt herft aan het worden is.

Komend weekend staat er alweer een nieuw uitstapje op de planning. Ik ga naar Arequipa, de tweede stad van Peru, en van daaruit nog twee dagen naar ´the Colca Cañon´. Foto´s van de jungle staan op
http://picasaweb.google.com/Bregje.op.reis/Manu. Veel liefs!

2 opmerkingen:

  1. Wat een belevenis moet dit zijn geweest; ik zie inderdaad dat je zeer bewogen was bij de kever.
    Leuk dat die Marie van ons je echt gaat volgen en wij maar via je blog. Hoe staat het overigens met je lesgeven juffrouw. Tenslotte ging je toch ook nog werken??. Heel veel leuke trips nog; dikke kus, Thera

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Hoi Bregje,

    Wow, wat een bijzondere ervaring! Vond het ook apart om laatst foto's te zien, waarop je samen met Joke en Piet staat.
    Geniet er van!

    Groeten uit Nederland (waar vannacht de winterrijd is ingegaan).

    Karlien

    BeantwoordenVerwijderen

Volgers